zondag, december 07, 2008

China reisverslag deel 2

Reisverslag China deel 2

Donderdag 28 juli 2005.
9e dag.

Om 06.00 uur staan we op. In het hotel is er geen mogelijkheid om te
ontbijten, dus gaan we ergens anders naar toe.
Maar jammer genoeg voor ons, komt Lijiang niet vroeg tot leven. Maar
uiteindelijk vinden we een pizzeria, waar we wel kunnen ontbijten.
Geen pizza of zo hoor, maar een 'normaal' ontbijt met broodjes met
koffie of thee.
Om 09.20 uur lopen we naar de bus en met de bus gaan we naar een
dorpje een klein eindje verderop. Om hier te mogen wandelen moet er
wel eerst betaald worden.
Zo tegen halftien beginnen we te wandelen, van dorpje naar dorpje. De
dorpjes zijn op zich nog behoorlijk traditioneel ingesteld, maar best
wel aardig om te zien. Zo krijg ik een indruk van het leven in zo'n plattelandsdorp. 

De mensen leven er van deakkerbouw en de veeteelt. 

In de landerijen, midden tussen de koeien,begraven de dorpsbewoners hun doden.

Het is een bijzonder gezicht

koeien te zien lopen op een begraafplaats.In de buurt van Lijiang zijn
in een korte tijd heel wat dorpjes uit de grond gestampt, met het ene
winkeltje na het andere winkeltje. Dit is me veel te toeristisch en te
druk. Maar gelukkig zijn er ook wel gedeeltes bij waar we door de
landerijen wandelen en kunnen zien hoe de mensen nog steeds op de
traditionele manier hun dagelijks werk verrichten in hun traditionele
kleding. Aan de gekleurde deurposten is te zien of er in het huis pas
iemand is overleden.
Op een klein weilandje in de hete zon nemen we even een pauze. Tijdens
het wandelen maak ik gebruik van een paraplu (tegen de zon) en tijdens
de rustpauze blijft ie absoluut op. Na de onderbreking gaan verder
langs verschillende landerijen. De edelweiss zie ik regelmatig en ook
veel steenbakkerijen. De gids brengt ons naar een zalmkwekerij, maar
niemand heeft hierom gevraagd. Hij zal er wel provisie voor krijgen,
maar helaas voor hem is er niemand die naar binnen wil. Via een
bergrand lopen we naar Baisha. De groep gaat fresco's bekijken in de
Dabaoji tempel. Willem, Robert en ik gaan niet mee. Ik heb er even
geen zin in.

Het dorp Baisha ( 15 km ten noorden van Lijiang) was ooit de hoofdstad
van de Naxi voordat het gehele gebied door Kublai Khan werd veroverd
en Lijiang het nieuwe centrum werd. Tegenwoordig is Baisha niet meer
dan een klein dorp met modderige straatjes waarin koeien worden
voortgedreven door Naxi-vrouwen en kippen en varkens rondscharrelen op
zoek naar wat eten. Smoezelige kinderen roepen 'hello' naar elke
buitenlander die te zien.

Ik wordt in de hoofdstraat aangehouden door de – inmiddels beroemde en
beruchte -kruidendokter "Ho"hij vraagt mij of ik via Joser of via OAD
reizen naar Baisha ben gekomen. Van SNP heeft hij trouwens nog nooit
gehoord. Kan hij deze toevoegen aan zijn lijstje.

Dokter Ho is een kruidendokter en hij troont een ieder die wil naar
zijn huis, waar hij een kruidenthee tegen verkoudheid, keelpijn of
andere kwaaltjes kan bereiden. Ook heeft hij heel veel schriftjes met
reacties van andere toeristen en artikelen die over hem zijn verschenen.
Het broek van Michael Palin "Himalaya" hangt bij hem aan het plafond.
Michael Palin is tijdens zijn rondreis door de Himalaya hier ook
geweest. En dat mogen we weten ook.
Want niet alleen het boek hangt er , maar massa's krantenknipsels over
Michael Palin en dr. Ho.

Van Baisha lopen we langs een bergrand, met zo her en der een
edelweiss, naar Nguluko (Sneeuwpijnboomdorp), 15 km ten noordwesten
van Lijiang, daar staat de bus op ons te wachten.
In het dorp Nguluko woonde van 1922 tot 1951 de
Oostenrijks-Amerikaanse botanist en ontdekkingsreiziger Joseph Rock.
Deze Joseph Rock heeft talrijke plantensoorten uit Lijiang in het
westen geïntroduceerd, werken over de Naxi geschreven en onderzoek
gedaan naar de etnologie van dit volk.

We brengen een vluchtig bezoek aan de Jadepiek Tempel. Deze tempel
staat temidden van pijnbomen. Vlakbij staat een héél oude cameliaboom,
die gekend is wegens zijn prachtige en omvangrijke bloei einde
februari, begin maart. De lokale bevolking beweert dat de boom dan wel
twintigduizend bloemen krijgt. Uiteraard moeilijk te controleren voor
mij nu, het is immers juli en zeg nou zelf, twintigduizend is wel erg
veel om te controleren.
's Avonds eet ik heerlijk in het nieuwe gedeelte van de stad, samen
met Willem, Marian en René en Machteld. Bij terugkomst ligt het smerig
wasgoed weer schoon op de kamer voor maar 35 yuan.

Vrijdag 29 juli.

10e dag.

Vroeg in de ochtend gaan we met de bus naar een punt waar we willen
gaan wandelen. We willen een trekking doen door de Tiger Leaping Gorge
en over de hellingen van de 5500 m hoge Hababerg naar de kalkterrassen
van Baishuitai.
Bij het plaatsje Shigu zien we de 1e bocht in de bovenloop van de
beroemde rivier de Yangzi.
Een eindje voorbij Shigu perst de rivier zich door een van de diepste
kloven ter wereld, met aan de ene kant de Haba-bergen en aan de andere
kant de Jade-Draaksneeuwberg. Bij shigu zijn veel kraampjes met
allerlei koopwaar te vinden. Ik koop echter niets, want ik moet wel
alles de komende dagen zelf op de rug mee sjouwen. En dan wil je dat
wel laten. Willem wel die koop een stuk calcite.

De rivier de Yangzi ontspringt in het Tibet-Qinghai Plateau, waar ook
de Mekong en Salween-rivieren ontspringen. De drie rivieren lopen
ongeveer 100 km in zuidelijke richting naar de Zuid-Chinese Zee. Dan
maakt de Yangzi een plotselinge bocht naar het noorden en vervolgens
weer naar het zuiden, waarna de rivier is oostelijke richting verder
gaat en uiteindelijk uitkomt in de Oost-Chinese Zee. 

Dit bochtengedeelte van de Yangzi wordt ook wel de Gouden Zandrivier

genoemd, naar het goud dat hier uit de rivier werd gewonnen.

Bij het plaatsje Qiatou (Bruggehoofd) beginnen we tegen half twaalf we
aan onze tocht, in de regen. Om de trail te mogen lopen moeten we 30
yuan p.p. betalen. Eerst lopen we via een redelijk vlak stuk veld.
Langs wat huizen en over weggetjes lopen we naar een Naxi Guesthouse.
Bij de Naxi-familie gaan we lunchen, ondanks het feit dat ik vanmorgen
wel een lunch heb klaargemaakt. We hebben inmiddels een afstand
afgelegd van 6,3 km. Wij krijgen een heerlijke Chinese maaltijd
voorgeschoteld. Ongeveer net zo'n portie als in Nederland, dus veel te
veel. Van de Naxi-familie gaan we verder bergopwaarts en via 28
bochten (ik tel ze stuk voor stuk, je moet toch ook eens wat anders
doen dat van het landschap genieten) komen we op een hoogte van 2670
m. Onderweg worden we begeleid door cicades.

Cicades zijn snavelinsecten. Een enkel soort kan vliegen, maar de
meeste soorten kunnen alleen maar springen. Ze kunnen wel tot 10 cm
groot worden en er zijn ongeveer 40.000 soorten beschreven. Alleen de
mannetjes maken geluid, maar dan doen ze het ook goed. Af en toe kan
ik eens zo'n diertje van dichtbij bekijken, maar deze is dan al dood.
Zo'n diertje heeft niet alleen een lawaai van hier tot Tokio, maar ook
een mooie blauwe, groene of bruine kleur.

Twee uur later zijn we bij een teahouse en nemen nog even een
rustpauze, met gezellig een kopje thee op het dakterras. Deze
Naxi-familie heeft toiletten met de mooiste uitzichten die ik ken. Het
is inderdaad alsof je op het dak van de wereld zit, Wat nog meer
bijzonder is, is het toilet. Als je op het toilet zit, wat op zich al
vreemd aanvoelt, een zittoilet midden in de bush-bush. Als ik al
zittend op het toilet om me heen kijk (er is alleen een achterwand)
heb ik een geweldig uitzicht op het geweldige landschap rondom me
heen, op de uitlopers van de Himalaya. De vrouw des huizes is buiten
een kip aan het slachten. Als ze er soep van gaat maken is deze in
ieder geval kakelvers.

Van het teahouse gaan we verder naar het Half Way House. Hier gaan we
maar niet naar binnen, want het begint al schemerig te worden en we
moeten nog een eind. Aangezien Het behoorlijk regent schuilen we onder
het afdak van de poort van het Half Way House en nemen een broodje uit
de hand. We hebben nu nog een ding voor ogen en dat is de finish
halen.
We gaan langs een waterval en een pad omhoog en komen bij een
landslide, welke uit marmeren blokken bestaat. Hier klauteren we
omhoog en beginnen dan aan de afdaling, in het donker. Onze gids is
allang vooruit met een stel medewandelaars. Zij zijn in ieder geval
voor het donker binnen. Het is levensgevaarlijk om in het donker naar
beneden te gaan, maar we zullen toch moeten. In de verte zie ik
Guesthouse Tina al liggen. Maar het is toch nog ver weg, vooral in het
donker. Je kunt niet zoef naar beneden gaan, maar moet kriskras via de
bergwand naar beneden gaan. Natuurlijk zijn er geen gebaande paden te
vinden. Eigenlijk is er helemaal geen pad te vinden. Ik ben dan ook
heel blij dat ik een rugzak op heb, want om de haverklap glij ik uit
en val of op de rug of op de heup. Eigenlijk gezien is het absoluut
niet verantwoord om zo in het donker naar beneden te gaan. Met vallen
en opstaan kom ik eindelijk beneden aan. Bont en blauw en bekaf. Er
staat al een busje op ons te wachten, om ons naar Woody's Guesthouse
in het gehucht Walnut Grove village (hoogte 1850 m) te brengen.
Aangekomen bij Woody's gaan we gauw douchen. Gauw douchen valt niet
mee, want er komt amper water uit de kraan. De rest van de groep heeft
met het eten op ons de grond ligt. Na elf uur wandelen vandaag ben ik
te moe om me daar zorgen over te maken. gewacht, nette groep. Dus na
zo'n vermoeide dag gaat een bord warm eten er bij mij wel in. Als
Willem en ik onze slaapkamer binnen gaan, ligt er een kakkerlak op de
grond, wel dood, maar toch, vies hè. Ik doe mijn ogen maar dicht en
denk maar niet teveel aan dat ding wat op

Zaterdag 30 juli 2007.

11e dag.

We nemen voor de tweede wandeldag als lunchpakket gevulde pannenkoeken
met tomaat en komkommer mee. Jammie, jammie.
Met drie busjes worden we naar het begin van de trail gebracht. Van
hieruit heb ik een prachtig uitzicht op de rivier de Jinshaijiang (de
bovenloop van de Yangzi rivier), welke diep beneden ligt.
We klimmen zo'n duizend meter, meestal door een bos. Alleen is er
weinig rondom me heen te zien, dus klimmen dan maar. Voor het bereiken
van de top stuit de groep voor mij op een landslide (stuk weggeslagen
pad) en we kunnen niet verder. We moeten keren en zo in een keer loop
ik voor aan. We moeten naar beneden en dat gebeurt met vallen, glijden
en opstaan, want het is verschrikkelijk modderig. Glad dus. Heelhuids
bereiken we het asfalt.
We lopen zo'n anderhalf uur op dit asfalt en dat is te merken ook. De
voeten beginnen na enige tijd te branden. Het landschap is ruig en
spectaculair en maakt duidelijk dat dit onderdeel is van de oostelijke
Himalya. De uitzichten zijn dan ook overweldigend. Langs de weg groeit
cannabis, ook al bijzonder om te zien. Na ongeveer 8½ uur wandelen
gaan we via een aantal dorpen hoger de hellingen van de berg Haba op
en komen we aan bij een guesthouse in het kleine dorpje Haba, dat op
2800 m hoogte ligt. Tijdens de wandeling zie ik een kerkhof. Niet zo'n
kerkhof zoals we dat hier gewend zijn. Nee, er staan zo ineens
grafzerken tussen de koeien. Een komisch gezicht.
Er zijn veel steenbakkerijen te vinden en de grond rondom Haba is dan
ook rood van kleur.
We overnachten in Guesthouse Haba Snow Mountain Inn.

Zondag, 31 juli 2005.

12e dag.

Om half acht is er ontbijt. We hebben de mogelijk om een lunchpakket
mee te nemen. Ik maak daar gebruik van, want de ervaring leert dat
hier onderweg weinig of niets te koop is. Geen restaurants of winkels
of iets dergelijks. Als je dat van tevoren weet kun je hier rekening
mee houden en daarom maak ik een lunchpakket klaar. Ik neem mee twee
gebakken pannenkoekjes een appel en een ei. Er zijn menige dagen dat
ik niet zo'n lunch krijg.
Van het guesthouse lopen we over de weg naar het begin van de trail.
Via een drassig pad stijgen we 300 m. Dan dalen we via vele kleine
paadjes in een half uur naar een andere trail.
Onderweg zie ik vele kleine baksteenproductiebedrijfjes, welke bij
elkaar een kompleet baksteendorp vormen..
Het is windstil en de zon bakt er behoorlijk op. Dat wordt dus smeren geblazen.
We maken een afdaling van ongeveer 2 uur via een asfaltweg en via een
kleipad lopen we tot aan een riviertje, waarvan ik de naam niet weet.
Daarna maken we een zware klim omhoog via diverse dorpjes en als dat
nog niet genoeg is lopen we omhoog, alweer via een asfaltweg. En neem
maar van mij aan dat dat zwaar lopen is.
Iedereen is uitgeteld en gelukkig staat er boven een busje op ons te
wachten om ons naar het guesthouse Dongba Wenhua Shazhuang te brengen.
Het is de bedoeling dat we in slaapzalen zullen overnachten, maar we
krijgen suites toegewezen. Dit vanwege de "slechte" 1e dag van de
trekking. Bij aankomst staat er heerlijk fris drinken voor ons
klaar.Zoals gezegd overnachten we in suites, nou ik ben benieuwd. Maar
deze zien er niet uit van binnen. In de 'badkamer' lekt de kraan van
alle kanten en dat is ook geen wonder, van deze zit amper nog vast aan
de muur. Als ik de kraan open zet komt er water uit en als ik de kraan
dichtdraai komt het water gewoon uit de muur. Alles in de badkamer is
zo lek als een mandje en alles is dan ook zeiknat. In het zeepbakje
hebben vorige gasten kaarsjes gebrand. Daar kan ik me iets bij
voorstellen, want vanaf acht uur 's avonds is er pas elektriciteit en
ook pas licht in de suite. Dit onderkomen is het luxste onderkomen van
het guesthouse. Ik wil niet weten hoe de simpele kamers er uit zien.
Er wordt ons wel een heerlijke maaltijd voorgescholteld. We krijgen
kippensoep met een poot en de kop er nog in. Ik had geen behoefte om
daar naar te kijken, maar er zit niets anders op. Als iemans de poot
op zijn bord schept en er blijft wat vast zitten tussen de poot,
brengt dat geluk. Nou ik weet het niet.!!! Het lijkt er niet al te
fris uit te zien.

Maandag, 1 augustus 2005.

13e dag.

Vanaf het guesthouse lopen we – onder begeleiding van een gids – naar
de kalkterrassen van Baishuita.

De terrassen liggen bij het Naxi-dorpje Baidi, zo'n 108 km ten
zuidoosten van Zhongdian. Men gelooft dat de terrassen ongeveer 2 à
300.000 geleden gevormd zijn en Baishuitai was al in de Tang en Song
dynastie een attractie voor reizigers. Het witte water terras wordt
verondersteld de geboorteplaats te zijn van de Naxi Dongba cultuur en
het is nog steeds een pelgrimsplaats voor aanhangers van de Dongba
cultuur. In het voorjaar, als het water op z'n hoogst is, komen
duizenden pelgrims naar het gebied om de bronnen en de terrassen te
eren.
Het water zou geneeskrachtige waarde hebben en vrouwen die niet
zwanger kunnen worden komen hier om water uit de bron te drinken.
Tegenwoordig mag je alleen aan de bovenkant door het water lopen en
verder zijn de terrassen omheind. De Baishuita terrassen worden vaak
vergeleken met de terrassen van Pamukale in Turkije. Ze lijken er
inderdaad wel op, maar het geheel is veel kleiner en geler van kleur.
En ik kan dit weten, want ik ben ook naar de kalkterrassen van
Pamukale geweest.

Van de kalkterrassen gaan we met een bus naar het Zhongdian Plateau op
een hoogte van
3700 m. Hier beginnen we aan een wandeling rond het meer van Shuodo,
aan de voet van de Himalaya. We wandelen ongeveer een uur, helemaal
rond het meer lopen lukt niet, een gedeelte is onbegaanbaar. Er zijn
hele mooie bloemen en planten te zien. De namen weet ik zo niet en dat
wordt ook een heel gedoe om de namen boven water te halen. Ook komen
hier de eerste Yaks tegen yak is een runder soort die erg goed tegen
hoogte en kou kan. We gaan via een barre slechte weg naar de hoofdweg
en dan gaan we verder naar Zhongdian.
De stad Zhongdian ligt tussen de rijstvelden en de in Tibetaanse stijl
opgetrokken huizen.
Vlak nadat we op de weg zijn, komen we bij een 2 dagen oude
aardverschuiving. De weg is compleet weggeslagen en er kolkt een
rivier doorheen. De vraag is, hoe komen we nu aan de overkant? Als je
maar wilt moet het lukken. Het is een kwestie van het stuur goed vast
houden, niet bang zijn en flink gas geven. Ik zie onze gids midden op
een rots in het kolkende water staan. Als ons busje begint te rijden
kan ze nog net op tijd wegspringen. Ze springt echt voor haar
leven.Ook wel een beetje dom om zo midden in de baan van de
aanstormende auto's en busjes te gaan staan. "Ons" busje gaat het
lukken, maar we moeten er wel uit, anders is ze te zwaar en blijven we
boven het kolkende water hangen.
We gaan zelf over wat rotsen en via een boomstam naar de overkant. Een
paar aardige 'locals' helpen ons over de boomstam heen te komen.
Achteraf hoorde ik dat onze gids de 'locals ' er voor heeft moeten
betalen om ons over de boomstam te helpen. Maar dat mag de pret niet
drukken.
Tegen vijf uur zijn we in een heel mooi Tibetaans guesthouse. We eten
in een restaurant waar een heerlijke "hotpot" wordt geserveerd.

Dinsdag 2 augustus 2005.

14e dag.

Het ontbijt is vanmorgen pas om acht uur, dus dat betekent uitslapen.
Met een busje worden we naar het begin van een trail in de buurt van
Zhongdian gebracht. Alleen is het begin van de trail moeilijk te
vinden voor de gids. En wij lopen er maar een beetje achter aan, ja,
wat moet je ook anders. De omgeving is echter wel heel mooi. De erosie
laat ook hier z'n sporen na en dat is duidelijk te zien in de
rotsformaties. Tijdens de wandeling stuiten we de edelweiss en wat
orchideesoorten.
Al gauw moeten we een riviertje oversteken. Dus doe ik mijn schoenen
en sokken maar uit en begin maar door het riviertje te waden,
hartstikke koud natuurlijk. Gelukkig kom ik aardig droog aan de
overkant, net als de meesten van ons. Sokken en schoenen maar weer aan
en verder gaat het weer. We gaan heuveltje op en heuveltje af. Er is
niet een duidelijk pad zichtbaar. Wat wel zichtbaar is, is dat de gids
niet helemaal weet welke route ze zal nemen. Maar dat maakt het wel zo
avontuurlijk.Uiteindelijk is het een mooie wandeling door een prachtig
natuurgebied.
De wandeling duurt een paar uur en het hoogteverschil is ongeveer 200
m, dus dat is allemaal te doen. We zitten trouwens wel op een hoogte
van 3.500 m. Aan het eind van de wandeling worden we weer met het
busje opgehaald en naar warmwaterbronnen gebracht. Ik heb al heel wat
warmwaterbronnen gezien dat ik deze niet echt spectaculair vind, maar
wel aardig om te zien. Willem en ik lopen een heuvelrug op, welke op
onverklaarbare wijze, op zijn kant ligt. Beneden loopt de rivier de
Mekong. Aan de overkant zie ik in de bergwand een hol, versierd met
gebedsvlaggetjes. Het blijkt een boeddhistische tempel te zijn en ik
sta dan ook met volle verstand de omgeving in me op te nemen. Hoe
iemand deze tempel kan bereiken is me een raadsel. We wandelen hier
een tijdje rond en met het busje worden we naar de stad terug gereden.
Onderweg zien we regelmatig stoepa's. Stoepa's zijn Tibetaanse
offerplekken. Een stoepa is het symbool van de lichtende geest en de
weg naar de lichtende geest. Een stoepa vertegenwoordigt het lichaam
van Boeddha. Elke stoepa heeft een levensboom en drie heilige
relegieën. Een stoepa mag alleen links gepasseerd worden, rechts
passeren brengt ongeluk.
Het oude en nieuw centrum van Zhongdian is één grote bouwput, weinig
leuks om te zien dus.We wandelen wat rond in het oude centrum. Er is
wel mooi gekleurd houtsnijwerk aan de huizen te zien. Uiteindelijk
komen we uit bij en goudgekleurde gebedsmolen, wat een kitserig ding.
En ook nog zo pontificaal en potserig aanwezig in de stad. Voor mij
maakt het de stad er niet mooier op. Maar ja, uiteindelijk is dat niet
van belang, wat ik er van vind.Ik haal wat euro's uit de muur. En het
is hier in China niet anders als in Nederland; geld op zak, dus
uitgeven. Willem koopt een winterjas voor € 24,00. We zullen eens zien
hoe lang hij hier een jas aan heeft. 's Avonds eten we heerlijk in een
niet uitziend restaurant. Na het eten gaan de meesten van ons naar een
Tibetaanse show. Ik vind het mooie show, de moeite van het bekijken
echt waard.

Woensdag 3 augustus 2005.

15e dag.

Opnieuw weer een aardige tijd voor het ontbijt, namelijk acht uur. Na
het ontbijt brengen we met een bus een bezoek aan het Songzanlin
klooster (rustplaats van de Drie Goden), 4 kilometer buiten de stad in
de Foping bergen..

De Chinese naam voor het klooster is Jietang-Songlin. Het is tijdens
de Ming Dynastie (1368 – 1644 na Chr.) gebouwd. In 1679 is het
uitgebreid waarvan de bouwstijl lijkt op die van het Potalapaleis in
Lhasa. Meerdere uitbreidingen volgden en het werd een van de grootste
centra van het Tibetaanse boeddhisme. Er hebben meer dan 3.000 lama's
gewoond. In 1959 is het grotendeels verwoest, maar gelukkig zijn vanaf
1982 jonge monniken met de restauratie begonnen.

Het is inderdaad een enorm klooster om te bezichtigen, maar wel heel
mooi van binnen. Op sommige plekken werd ik een beetje onpasselijk van
de wierooklucht. Bij een van de tempels was de hoofdingang afgesloten,
maar kon je wel via een zij-ingang naar binnen. In deze tempel werden
kralen en kettingen verkocht. Ik heb een mooie hanger van barnsteen
gekocht, waar ik later niets meer mee heb gedaan (een bekend
verschijnsel). En thuis blijkt het ook helemaal geen barnsteen te
zijn.
Als iedereen zich heeft verzameld bij de in/uitgang van het klooster
ben ik Willem weer kwijt.
Ja hoor, plots duikt hij op, helemaal onder de modder. Hij was nog
even een afgelegen tempel binnen gegaan (waar je eigenlijk niet mocht
komen), maar was uitgegleden en in de modder gevallen. Zo zie je maar
weer, Boeddha straft direct.
We beginnen aan een wandeling in de buurt van het klooster via
allerlei niet-toeristische dorpjes. Van de omgeving zie ik niet
zoveel, want het regent behoorlijk. Bij een Tibetaanse familie gaan we
lunchen. Ik vind de lunch maar niks, yakkaas, yakkwark, yakthee. De
Yak is een mooi beest (in de wei), maar niet op zoveel verschillende
manieren. Maar de bewoners hebben wel hun best gedaan. Bovendien is
het heel interessant te zien hoe zo'n Tibetaans huis er nou van binnen
uit ziet.
Na de lunch heeft de meerheid van de groep (en ik ook niet) geen zin
om in de stromende regen verder te lopen, dus wordt het busje
opgetrommeld en worden we naar de stad terug gebracht. In een hotel
eten en drinken we wat. Even later worden we naar het vliegveld
gebracht. De bagage wordt apart vervoerd in een vrachtwagentje. Onze
vlucht naar Kunming heeft een vertraging van twee uur. Maar door het
personeel op de luchthaven worden we voorzien van koffie of thee, daar
is niets mis mee. Intussen kopen we een dvd van journey of colour
clouds. Maar door de vertraging van twee uur, komen we dus ook laat
aan in het
Hai O hotel in Kunming.

Donderdag 4 augustus 2005.

16e dag.

We zijn een beetje aan late kant voor het ontbijt, daardoor lukt het
ons met moeite om onze bagage op tijd bij de bus te krijgen. Maar we
willen onze bagage uiteraard wel graag meenemen naar het vliegveld.
Vandaag gaat het een reisdag worden. Met een uur vertraging vliegen we
naar Guilin. In Guilin gaan we verder met een bus naar de
rijstterrassen van Longsheng. Onderweg rijden we volgens de
reisbeschrijving door de mooiste Titian-rijstterrassen van China. En
ik heb nog niet vaak rijstterrassen gezien, maar ik kan met niet
voorstellen dat er nog mooiere zijn dan hier in Longsheng. Tussen deze
rijstterrassen leven de Yao en de Miao ninderheden.

De Yao-minderheden minderheden. Ze leefden zo'n 2000 jaar geleden in
Noord-China, doch zijn gemigreerd naar de heuvels in het zuidwesten en
het zuiden van China.Hun traditionele kledin is bijzonder kleurrijk.
Ze wonen in houten drie kamer huizen.

De Miao-minderheden komen uit Centraal China. Zij zijn met 8 miljoen
mensen een van de grootste 55 nationale minderheden. Hun traditionele
kleding is bijzonder kleurrijk. De vrouwen dragen speciale zwarte of
rode hoofddoeken en zijn behangen met zilver. Waarom het de ene keer
een zwarte en de andere keer een rode hoofddoek is weet ik niet. Tot
1957 kenden de Miao geen geschreven taal.

Ruim voor onze overnachtingsplaats in Ping'an moeten we van bus
wisselen. We moeten in een kleinere bus, grote bussen zijn niet
toegestaan op de weg naar Ping'an. De weg is te smal en de grote
bussen zijn te zwaar voor de weg. Bij het wisselen van de bussen komen
er allerlei vrouwtjes aangestormd om armbanden te verkopen. Ik heb
armbanden genoeg en koop dus niets. We gaan dus verder met een
kleinere bus naar Ping'an. Ping'an ligt tegen een bergwand en bestaat
uit alleen maar houten huisjes en heeft wonen ongeveer 700 inwoners.
Het lukt de bus helaas niet om bij Ping'an te komen. Het laatste stuk
moeten we dan ook bergopwaarts lopen. Het is dan ongeveer nog zo'n 30
minuten naar boven. Ik ben van plan om mijn tas zelf naar boven te
dragen, maar het regent zo dat ik er maar van afzie (mietje hè). Ik
laat een van de vrouwtjes, uiteraard, tegen betaling mijn koffer naar
boven brengen. Ik noem het brengen, i.p.v. zeulen, zeulen heeft zo'n
negatieve klank. Voor een kleine rugzak moet er 10 yuan worden betaald
en voor een grote rugzak moet er 20 yuan worden betaald. Aangezien de
tas van mij wel erg groot en behoorlijk zwaar is, blijft deze dan ook
tot het laatst staan om weggedragen te worden. Maar uiteindelijk
draagt toch een van de vrouwtjes mijn tas naar boven. Ik geef haar dan
ook wat extra yuans, dat heeft ze wel verdiend. Het guesthouse ziet er
bijzonder sfeervol uit en de ligging is geweldig. 's Avonds eten we
lekker patat en babi pangang.
Na het eten gaan we met elkaar gezellig buiten zitten kletsen.

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage