Reisverslag Utah
1e dag.
Gisteren hebben we onze cavia's weggebracht en dat betekent: vakantie.
En vakantie betekent ook vroeg op en zo ook deze morgen. Vijf uur op en om kwart over zes zitten we in de auto, op weg naar Schiphol. We worden weggebracht in onze eigen auto door Koos en Hennie en twee uur later zijn we al op Schiphol. We drinken met elkaar koffie, zwaaien Koos en Hennie uit (of zij ons, het is maar net hoe je 't bekijkt) en we wachten bij het verzamelpunt op de rest van de groep. We ontmoeten hier ook onze reisleider; Herman van Enckevort.
Herman begeleidt ons bij het inchecken. Ik heb één stuk bagage van mezelf bij mij en één stuk van SNP. Ik loop nietsvermoedend door het detectiepoortje, maar het alarm gaat af en ik word gefouilleerd. Nou ze fouilleren maar. Als Willem en ik het hele circus van fouilleren hebben gehad kopen, we wat fotorolletjes en twee kleine flesjes wiskey. Stel je toch eens voor dat je geen wiskey in je tent hebt.
Om half twaalf vertrekken we richting Amerika. Aangezien ik toch een aantal uren moet zitten, begin ik maar eens alle informatie door te nemen welke voor mij ligt, zoals; welke films kan ik bekijken, wat voor muziek wordt er gedraaid, hoe wordt er gereisd, enz.
We vliegen niet rechtstreeks naar Salt Lake City in Utah, maar we zullen een tussenstop in Chicago maken. Als ik naar mijn tv-schermpje kijk zie ik dat we over Engeland vliegen, over Ierland, onder Groenland langs en via Canada naar Chicago. Acht uur en veertig minuten later landen we op vliegveld O'Hare in Chicago. Het is er dan even over één in de middag (in Chicago is het zeven uur vroeger dan in Nederland) en we hebben er dan bijna 6100 kilometer op zitten.
Rond een uur of drie vertrekken we naar Salt Lake City en tegen half zes arriveren we daar.
We zorgen met z'n allen dat we onze bagage van de band krijgen en tevens de bagage van SNP.
Willem was zo slim om alle bagage van SNP van de band af te halen. Op deze manier waren een paar andere SNP-reizigers hun bagage kwijt. Gelukkig is alles goed gekomen.
Als we eindelijk door de douane zijn staat Irma (onze kok-chauffeur) al op ons te wachten. Bij een verhuurbedrijf worden twee busjes geregeld. Met deze busjes gaan we naar het
Shilo Inn hotel. Wat me het meest opvalt onderweg is de uitgestrektheid van het landschap.
Echt Amerikaans.
Utah is de vijfenveertigste staat van Amerika en heeft 1,8 miljoen inwoners. De hoofdstad is Salt Lake City en telt 168.000 inwoners. Utah heeft als staatssymbool een bijenkorf, hetgeen de nijverheid van de inwoners symboliseert. Utah is tevens de thuishaven van de volgelingen van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, of liever gezegd, de mormonen. Op z'n Amerikaans Church of Jesus Christ of Latter-day Saints. Toen de mormoonse pioniers zich hier in 1847 vestigden, was het eerste wat ze deden een irrigatiesysteem aanleggen om zo genoeg groente te kunnen verbouwen om de eerste, strenge winter door te kunnen komen. Deze aanpak, om voor alles eerst in de eigen primaire levensbehoeften te kunnen voorzien, is karakteristiek voor de mormonen.
Om kwart over acht verzamelen wij ons in de lobby van het hotel voor het diner. We willen naar een Italiaans restaurant in de buurt gaan. Maar als we bij de Italiaan willen eten moeten we minstens drie kwartier à een uur wachten, zo druk is het. Begrijpelijk voelt niemand daar iets voor en we gaan dan ook maar terug naar het hotel. In het restaurant van hotel eten we dan maar iets en om tien uur lig ik al plat; uitgeteld.
2e dag.
Om half acht staan we op en dit is best wel een aardige opstaan tijd. Na het ontbijt lopen Willem en ik Salt Lake City in. We hebben niet veel tijd om rustig de stad te gaan verkennen, maar ik vind wel dat we de Mormonenkerk moeten zien. Dus hebben we maar één doel en dat is de Mormonenkerk. In 1853 is men begonnen met de bouw van de kerk (tempel) en in 1893 was deze gereed. (je kunt niet zeggen dat ze er niet de tijd voor hebben genomen). De ommuurde plaats waar deze tempel met diverse bijgebouwen staat beslaat een heel straatblok en wordt tegenwoordig Historic Temple Square genoemd. Het ligt in het centrum en kan beschouwd worden als het symbolische middelpunt van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Natuurlijk maken we tijd om een vingerhoedje te kopen. Zonder een vingerhoedje kunnen we Salt Lake City niet de rug toe keren.
Om 10.00 uur wordt alle bagage in de busjes geladen en kunnen we op weg gaan. Even buiten Salt Lake City rijden we een geweldig landschap tegemoet. Net of ik zo in een western terecht kom. In gedachten zie ik op de vlaktes de buffalo's al aan komen stormen en als ik de ogen dicht doe, voel ik de Indianen al in de buurt. Heerlijk, wat een landschap.
Via het plaatsje Price volgen we Highway 191 naar Arches National Park. We rijden het hele park door en even buiten het park gaan we naar Campsite Slickrock in Moab. Na een lange rit zetten we de tenten op en met een paar medereizigers gaan Willem en ik terug naar Moab.
Moab is nou niet echt een wereldstad, maar een vingerhoedje is er wel te vinden. Op de gevel van het postkantoor zie ik een vignet van Wells Fargo en Wells Fargo doet me denken aan de talloze strips van Lucky Luke die ik heb gelezen.
Moab wordt gezien als het warm kloppend hart van het zuidoosten van Utah. In 1855 probeerden mormoonse kolonisten hier een missiepost te stichten. Ze werden echter door de Indianen verjaagd en pas in 1878 vestigden nieuwe mormoonse kolonisten zich hier definitief. Hier was water en het was er een van de weinige plaatsen waar men zonder veel problemen de Colorado River kon oversteken. De bevolking groeide explosief nadat er ten zuiden van Moab uranium was ontdekt.
Met twee nationale parken, te weten Arches National Park en Canyonlands National Park is Moab tegenwoordig het toeristische centrum van de regio.
Weer terug op de camping gaan we eten en na het afwassen (het is inmiddels 20.00 uur en al pikdonker) gaan we met z'n allen gezellig bij het kampvuur koffie of thee drinken.
En om 22.00 uur is het bedtijd voor mij.
3e dag.
Om half zeven sta ik op en even later zit ik aan het ontbijt. Ik werk wat muesli achterover en maak mijn lunchpakket klaar. Om acht uur moeten we in de busjes zitten, want voor we aan een wandeling beginnen, gaan we eerst langs het Visitor Center in het park.
In het Visitor Center kijk ik naar een videofilm over het gebied, heel interessant. Er staat me heel wat bijzonders te wachten. Het gehele gebied bestaat uit bijzondere rotsformaties. En in bijna elke rotsformatie is wel 'iets' te herkennen.
We gaan verder via een rotsformatie met de geweldige naam Three Gossips (Drie Roddelaars), daarna volgt de Tower of Babel (Toren van Babel) en Balanced Rock (Balancerende Rots). Op een hoge spitse rotsformatie balanceert hier al eeuwenlang een massief rotsblok. Hier zijn erosie en de mate van hardheid van de diverse steensoorten bepalend geweest voor het ontstaan van Balanced Rock. Het geheel oogt kwetsbaar, maar schijn bedriegt. Het rotsblok weegt maar liefst drieduizend ton.
We gaan verder naar een parkeerplaats aan het eind van de weg en daar gaan we beginnen aan de 'Devils Garden Trail'. Deze trail gaat door een van de mooiste delen van Arches National Park. Prachtige sculpturen zoals torens, pilaren en rotsvinnen zijn hier in zandsteen uitgesleten. Er zijn niet echt grote hoogteverschillen, al is het soms wel moeilijk om omhoog te komen en ook weer beneden te komen. Bovendien vind ik het behoorlijk heet en het is vrij druk op de trail. Een aardig wandelvolkje die Amerikanen.
Arch staat voor boog (door wind ontstaan) en deze trail moet van de bogen barsten, nou ik ben benieuwd. En inderdaad onderweg zijn er heel veel natuurlijke steenbogen te zien, waarvan Landscape Arch met zijn overspanning van bijna 100 meter de grootste ter wereld is. Verder zie ik Tunnel Arch, Pine Tree Arch, Navajo Arch, Partition Arch en een dubbele boog met de geweldige naam Double-O Arch. En deze Double-O Arch doet zijn naam inderdaad eer aan, want als je goed kijkt (en dat doe ik natuurlijk) zie je inderdaad twee bogen boven elkaar.
Ik ga er van uit dat de mormoonse pioniers elke boog wel een naam hebben gegeven. Maar hoe ze allemaal heten; who knows.
Af en toe neem ik een kijkje door een boog naar het uitzicht buiten het park. Ik kan mijn ogen amper geloven zo'n geweldig landschap is er te zien. Eindeloze vergezichten en geweldige rotspartijen.
Tegen kwart over twee gaan we terug naar de camping, douchen en vroeg eten, want vanavond staat er iets bijzonders op het programma.
Met de busjes gaan we naar Wolfe Ranch, ongeveer een half uur rijden.
Wolfe Ranche werd gsticht door de invalide Burger oorlogveteraan Weslwy Wolfe. Een deze laatste houten blokhut, gebouwd in 1906, staat er nog steeds.
Daarna moeten we nog drie kwartier de berg op lopen naar Delicate Arch Viewpoint. Vanaf deze uitkijkplaats is er uitzicht op wellicht het mooiste, maar in ieder geval de meest gefotografeerde boog van het gehele park; Delicate Arch.
Pas op het allerlaatste moment, nadat ik aan het einde van het pad over een richel de laatste meters heb afgelegd, zie ik de Delicate Arch in al zijn pracht en glorie. Deze sierlijke boog oogt inderdaad delicaat en bestaat uit een basis van zalmrode Slick Rock-zandsteen en een lichtere toplaag van Moab Tongue-zandsteen.
Als ik boven kom zijn er ongeveer 99 mensen voor mij naar boven geklommen, want ik schat het aantal kijkers op zo'n 100. De zon schijnt op Delicate Arch en de boog kleurt helemaal rood, maar dan ook echt rood. Geweldig. Ik nestel me samen met de groep op een richel om toch maar niets van de ondergaande zon te missen. We hebben koffie, thee en koekjes mee naar boven genomen en dat wordt nu genuttigd. Gezellig, zo boven op de berg koffie drinken. Ik heb in een reishandboek gelezen dat dit plekje misschien wel het mooiste plekje van Utah is. En als ik hier zo sta, met de zon op de geweldige Delicate Arch, dan kan ik me daar wel in vinden. Tijdens de koffie verdwijnt zo in een keer de zon en het felrode van Delicate Arch verdwijnt ook grotendeels, evenals het merendeel van de mensen. Wij pakken ook gauw de kopjes e.d. in de tassen, want we moeten nog een eind naar beneden en in het donker is het moeilijk de weg te vinden. Zeg maar; helemaal niet te vinden. Dan wordt het gevaarlijk op de berg. Dus ga ik als een hazewindhond naar beneden. Ik kan de steenmannetjes nog wel herkennen in het schemer.
Steenmannetjes zijn op elkaar gestapelde stenen. Deze stapeltjes stenen wijzen je de weg. Als je goed op de steenmannetjes let kun je bijna niet verdwalen. Ik zal er maar bij zeggen bijna, want er zal vast wel iemand verdwaald zijn.
Als ik naar beneden ga, kom ik nog mensen tegen die de berg omhoog gaan. Dat lijkt me geen strak plan in het donker. Maar ja, wie ben ik om ze tegen te houden. Tijdens de tocht naar beneden krijg ik gezelschap van een Engelsman, welke keurig vroeg of hij met mij naar beneden mocht lopen. En ja, wie ben ik ………..
4e dag.
Vandaag staat gepland als een vrije dag, maar iedereen wil liever gaan wandelen.
Daar komen we tenslotte voor. Nu al een rustdag vind ik nog niet nodig. De rest van de groep denkt er net zo over. Dus worden we met de busjes naar het beginpunt van de Negro Bill Canyon gebracht om de Negro Bill Trailhead te wandelen. Als we bij het beginpunt op elkaar staan te wachten komt er vanuit de kloof Indiaanse fluitmuziek. Ik doe mijn ogen dicht en waan me een paar eeuwen terug en ik zie me al helemaal tussen de Indianen zitten.
We lopen langs de Negro Bill River de kloof in. Het is bepaald niet koel in de kloof; het is er zo'n 34°. Wel heet om te wandelen, maar ik denk bij mezelf, niet zeuren maar lopen. En zo geschied.
Onderweg zie ik de Indian Paintbrush, een mooie kleurrijke bloem in diverse kleuren. Bovendien zijn er veel kleine struikjes te vinden.
We wandelen tot aan de Morning Glory Natural Bridge, dit is een natuurlijke brug met een overspanning van ongeveer 75 meter.
We gaan een stukje terug en nemen een zijroute. Hier lunchen we in de zon en de voetjes in het water. Tony vangt kleine visjes in een plastic zakje (maar zet ze wel weer terug hoor)
Na de lunch gaan we dezelfde weg terug.
Weer terug op de camping ga ik met een paar reisgenoten in een busje naar Moab.
Ik koop kaartjes en postzegels voor het thuisfront, en ik zou haast zeggen 'uiteraard' ga ik op zoek naar een vingerhoedje en ja hoor, laat ik er nou ook nog eentje vinden.
In deze warmte verlies je veel vocht en dat moet dus weer aangevuld worden. En waar kun je het best het verloren vocht weer aanvullen, juist ja, in een bar.
5e dag.
We staan vroeg op, pakken onze spullen in en verlaten Moab. We zijn 'on the road again'.
Na ongeveer 2 uur rijden komen we aan in Blanding. Hier drinken we koffie en ik ga op zoek naar een vingerhoedje. Je kunt niet zo gek opnoemen aan soeveniers of het is er wel te vinden, maar helaas geen vingerhoedje.
Dan maar verder naar het informatiecentrum van Natural Bridges National Monument.
Elk national park heeft een goed uitgerust informatiecentrum. In deze informatiecentra zijn meestal veel boeken te vinden. En we kopen dan ook een paar boeken.
Buiten bij de toiletten frissen we ons op; tanden poetsen en dat soort dingen.
We reizen verder naar een kampeerplaats. We gaan voor een aantal dagen de tenten ergens buiten het park in de bush-bush opzetten; wildkamperen dus. Dat wordt niet meer douchen, niet meer makkelijk naar het toilet kunnen gaan, niet meer zo even water pakken en niet meer zo maar even ………. bedenk nog maar wat meer.
Wij gaan terug naar het park voor een wandeling; de Sipapu Bridge Trailhead.
Naturial Bridges National Monument is een van de oudste nationale parken van de gehele Verenigde Staten. Na een publicatie in 1904 in een vooraanstaand tijdschrift over de drie natuurlijke bruggen die hier in White Canyon en Armstrong Canyon vlak bij elkaar zijn gelegen, werd dit gebied op 16 april 1908 tot national monument uitgeroepen. Deze drie natuurlijke stenen bruggen zijn gevormd door zijtakken van de Colorado-rivier, die gedurende miljoenen jaren het zachte Cedar Mesa-zandsteen aan de voet van deze rotspartijen hebben uitgesleten. De hier zo ontstane natuurlijke bruggen geven goed de diverse stadia van het ontstaan van dergelijke stenen bruggen weer.
Om de bodem van de canyon te bereiken moeten we ongeveer 200 meter afdalen. Al vrij snel gaan we via een ladder steil naar beneden en via een ladder gaan verder de kloof in. Deze kloof heet de White Canyon. Na een tijdje wandelen komen we bij de Sipapu Bridge. Vanaf de uitkijkpost Sipapu Bridge Vieuwpoint heb ik een redelijk zicht op de impostante brug, maar tegen de rotsachtige achtergrond is hij moeilijk te onderscheiden. Ik ben dan ook blij dat ik ben afgedaald naar de bodem van de Canyon. Vanaf de canyonvloer krijg je een veel betere indruk van de omvang van deze brug. Zo'n brug is een heel bijzonder gezicht.
De Sipapu Bridge is 67 meter hoog en heeft een overspanning van bijna 82 meter. Sipapu Bridge is op één na de grootste stenen brug ter wereld. De naam van de brug is afkomstig uit de taal van de Hopi-Indianen en deze fraaie brug is vernoemd naar de mythologische 'poort' waarmee volgens de overleveringen de voorouders van de Hopi-Indianen uit een andere wereld naar onze wereld zijn gekomen.
Op de bodem van de canyon zie ik nog sporen van water. Af en toe staat er nog een plas water en waar het water nog niet zo lang geleden is opgedroogd ligt er opgedroogde modder. Ook mooi om te zien en te fotograferen.
In het droge zand komen we een vogelspin tegen. Een eng groot exemplaar, maar de spin vindt mij waarschijnlijker griezeliger dan ik de spin.
We lopen verder en komen bij de Kachina Bridge. Deze brug is met een hoogte van 64 meter en een overspanning van 62 meter de jongste en ook meteen de meest robuuste van de drie natuurlijke bruggen in Natural Bridges National Monument. De Kachina Bridge is vernoemd naar de rotstekeningen die vlak bij deze brug zijn aangetroffen en die Hopi-dansers oftewel Kachina's uitbeelden.
Natuurlijke bruggen (bridges) ontstaan in rivieren die sterk kronkelen. Zo wordt in de harde rots een steeds bochtiger en dieper wordend canyonstelsel uitgesleten. Het gebeurt veelvuldig dat een rivier zo'n grote bocht heeft uitgesleten dat bijna een volledige lus wordt gevormd. De smalle rotswand, die de beide waterstromen nog scheidt, wordt vooral bij hoge waterstanden door de slijtende werking van het kolkende rivierwater alsmaar dunner en dunner. Op een gegeven moment breekt de dunne rotswand en weer is er een natuurlijke brug geboren. Zo'n steenbrug is natuurlijk tijdelijk en onbetrouwbaar.
Na drie uur en drie kwartier wandelen door de canyon vind ik het genoeg, vooral met de hitte en de stevige wind. Er staat één busje klaar en ik ga met een paar reisgenoten mee naar de kampeerplaats. Willem gaat met een paar anderen lopend terug –boven langs- naar het beginpunt, daar staat het andere busje. Maar het is nog een uur extra wandelen en ik heb het gehad voor vandaag.
Op de kampeerplaats help ik met het klaarmaken van het avondeten, al valt dat niet mee in het donker. En er staat een behoorlijke wind, ik zou zeggen een storm.
Met het avondeten kun je je buurman horen eten, niet dat diegene smakt of, maar er zit een laagje zand over het eten. Maar zoals het spreekwoord zegt: zand schuurt de maag (en in dit geval ook de tanden). Bij het kampvuur zitten is er niet bij vanavond. Er staat veel te veel wind en dat is erg gevaarlijk zo in de droogte in de wildernis. In de tent plaatsen we onze tassen aan de kant van de wind, op deze manier hebben we (denk ik) niet zoheel veel last van de wind en kunnen we een beetje slapen.
6e dag.
Als ik wakker ben zie ik dat de hele tent onder fijn rood zand zit. Niet alleen aan de buitenkant, maar ook binnenkant. Voordat ik mijn slaapzak uit ga, schep ik eerst een laagje rood zand van mijn slaapzak af.
Charles heeft intussen een 'HUDO' gemaakt een eind van de kampeerplaats af. Hudo is een bekende kreet uit de padvinderij en betekent houdt uw darmen open. Eigenlijk komt het hier op neer dat Charles een gat heeft gegraven om de behoefte in te doen, een toilet dus. Als er aan een bepaalde boom het schepje niet meer hangt, weet men dat er iemand naar het toilet is. Het toilet is zo gemaakt dat je je ook nog vast kunt houden aan een tak. Ja, ja, hier is over nagedacht door Charles.
Om negen uur gaan we op pad naar het Visitor Center om water te halen en onze tanden te poetsen.
Als iedereen toilet heeft gemaakt en er weer 'pico bello' uitziet gaan we op weg voor de Mule Cayon Trail. Mule Canyon is een voormalig woonoord van de Anazasi-Indianen, die hier eeuwen geleden gewoond hebben. Deze Anasazi-Indianen zijn de voorouders van de Hopi-Indianen (mijn favorieten) en de Zuni-Indianen. Spannend hè.
In deze bijzondere omgeving gaan we op zoek naar de zevenhonderd jaar oude ruïnes van primitieve rotswoningen, de zgn. 'cliff-dwellings', welke verscholen liggen in de steile canyonwanden.
Dit wordt niet alleen een 'archeologische' speurtocht naar rotswoningen, maar er moeten ook mooie bloemen en planten in de canyon te vinden zijn. Ik ben benieuwd. En inderdaad zijn er mooie bloemen en planten te vinden. Ik neem er foto's van en de namen zal ik te zijner tijd eens opzoeken. Het pad in de canyon is soms moeilijk te vinden, dit vanwege de lage struiken. Maar als we in het midden van de kloof blijven lopen, moet het helemaal goed komen.
Ik zie niet alleen maar bloemen en planten, maar ik kom ook aardig wat bloeiende cactussen tegen.
Als we een paar uur hebben gelopen zien we op behoorlijke hoogte de eerste ruïnes van de Indiaanse rotswoningen. Om er te komen, moeten we wel een eindje klimmen. Ik stel me voor hoe de Indianen deze rotsen ook steeds moesten beklimmen. Een hele toer moet dat geweest zijn. De ruïnes zijn gedeeltelijk dicht gemetseld, maar af en toe kun je nog door een opening naar binnen kijken. Ik moet toegeven dat de 'huizen' niet erg groot waren, maar dat was misschien ook niet nodig. Als iedereen zich een beeld heeft kunnen vormen hoe de Indianen moeten hebben geleefd (tenminste wat bewoning betreft) gaan we rond Herman zitten. Herman vertelt ons over de geschiedenis van het gebied en de geschiedenis van de Indianen. Heel boeiend zoals Herman ons van alles weet te vertellen en wij hangen dan ook aan zijn lippen. Maar ja, op een gegeven moment moeten we toch verder. Na enige tijd lunchen we onder een overhangende rots bij een Indianenwoning, maar we blijven daar niet zo lang hangen. De zon begint aardig zijn werk te doen en de schaduw van de overhangende rots is al weg. Het is er over de 30° en we gaan maar verder.
Op een gegeven moment mis ik Willem in de groep, maar plotseling zie ik hem ergens halverwege de rotswand kruipen. Helaas voor hem wordt het te gevaarlijk daar zo een eind boven ons en moet hij terugkeren en voegt zich weer netjes bij de groep.
De rotswanden in de canyon zien er bijna allemaal anders uit van kleur. Ik zie rotswanden met lichtbruine tot zwarte stroken van boven naar beneden. Het lijkt net of er iemand aan de bovenkant verfpotten over de rand naar beneden heeft leeggegooid en de verf loopt dan naar beneden. Zo zien de rotsen er ongeveer uit. De donkere strepen zijn ouder dan de lichtere en daar, waar de vorming al enige tijd aan de gang is, is het oppervlak glad en wordt het zonlicht weerkaatst als in een spiegel.
Op het Coloradoplateau is 'desert-varnish' (woestijnvernis) de meest voorkomend en in het oog springend. Woestijnvernis is een goede benaming voor de gladde, glanzende en glinsterende vernisachtige laag, die bijna op het hele Coloradoplateau te zien is. Kleurverandering van gesteenten door 'desert varnish' is te zien in alle woestijngebieden ter wereld. De dikste en donkerste 'varnish' vind je aan de bovenzijde van stenen en rotspartijen en aan de zon blootgestelde rotswanden. Hoge temperaturen dragen bij aan de tot standkoming van een flinke, dikke laag. Uit analysen is gebleken dat de laag rijk is aan mangaan en ijzer, afkomstig uit de dieper gelegen steenlaag. De 'verniswanden' vormden een uitdaging voor de prehistorische, Indiaanse kunstenaars die hun schilderingen hierop aanbrachten. Door de buitenlaag tot op de lichtere onderlaag weg te krabben, ontstonden er prachtige en 'blijvende' camee-achtigen tekeningen.
Een deel van de groep wil verder gaan en een deel heeft er al genoeg van en wil terug gaan.
De groep wordt dan ook in tweeën gesplitst; we houden er rekening mee hoeveel mensen er in één busje kunnen; zoveel mensen gaan dan ook terug. Willem en ik hebben er nog niet genoeg van en we gaan dan ook nog een stuk verder. Om de canyon weer uit te komen moeten we wel weer hetzelfde stuk terug. De canyonvloer is breed genoeg en we hoeven dan ook niet hetzelfde pad terug te nemen. Na zo'n zes uur wandelen zijn we weer terug bij het busje en gaan we terug naar de camping. De wind is niet zo heftig meer en dus kunnen we 's avonds heerlijk bij het kampvuur zitten. Gezellig.
7e dag.
We staan vroeg op want het zal een lange reisdag worden. We gaan naar de North-Rim van Grand Canyon National Park, in de staat Arizona.
We verlaten onze wildkampeerplaats en reizen langs Valley of the Gods (mooie naam hè) en langs Grand Gulch Primitive Area richting Monument Valley. Bij Mexican Hat staat aan de kant van de weg een bord met het opschrift "You are entering NAVAJOLAND". Dit oude, verweerde bord geeft mij nu echt het gevoel dat ik in 'Indianenland' ben. Hier gaan we de busjes uit om van het landschap te genieten en foto's te maken. Vanaf het uitzichtspunt hebben we een geweldig zicht op Monument Valley. Ik geloof mijn ogen niet, zo'n apart landschap. Ik waan me in een western en stiekem kijk ik om me heen of ik John Wayne of de oude Apache-Indiaan Gerónimo ook zie. Maar helaas.
Monument Valley ligt op de grens van Utah en Arizona en is wereldberoemd. Monument Valley ligt in het Navajo Indian Reservation en wordt wel het meest gefotografeerde stukje van de gehele Verenigde Staten genoemd. Behalve bij regisseurs van westerns is dit gebied ook geliefd bij reclamemakers. Het unieke landschap is ontstaan als gevolg van erosie. Wat over is gebleven zijn imposante roodgekleurde en steil omhoogrijzende monolieten (monoliet: monument dat uit één stuk steen bestaat).
Geen John Wayne of Gerónimo en dus gaan we verder. We verlaten de staat Utah en gaan de staat Arizona binnen. Het landschap is geweldig en ik droom heerlijk weg en denk aan Easy Rider en dat soort films. Dit landschap leent zich daar heel erg voor (al moet ik wel eerlijk toegeven dat ik van Easy Rider alleen maar stukjes heb gezien). We lunchen in Kayenta. We hebben tijd genoeg om hier rond te kijken, want Herman en Irma gaan inkopen doen en daar hebben ze wel even de tijd voor nodig.
Over Kayenta valt niet veel te zeggen. Het enige wat ik er van kan zeggen is, dat ik nog niet vaak zo'n ongezellig dorp heb gezien. Het dorp heeft een regiofunctie en er is dan ook van alles te vinden, zoals een supermarkt, een benzinestation, een pizzeria, een Mac Donalds, een Burger King, een kledingwinkel, een babyzaak, een apotheker en vast nog wel meer. Oh ja, er is ook nog een museum, wat niet open is op dit moment. Maar ongezellig, verschrikkelijk. Willem en ik gaan met een paar reisgenoten naar de Burger King. We kunnen in ieder geval onze honger stillen en onze dorst lessen.
In de supermarkt schaffen we ons nog maar even een boek aan. We hebben nog ruimte in mijn koffer op wielen voor wat lectuur.
Iedereen is op de afgesproken tijd aanwezig bij de busjes, zodat we dan ook snel Kayenta achter ons kunnen laten. We rijden door het Hopi Indianen Reservaat. Achteraf realiseerde ik mij dat wij door het Hopi Indianen Reservaat zijn gereden. Ik vind het jammer dat ik dat niet bewust heb meegemaakt. Maar ik ieder geval heb ik de foto's nog.
We gaan verder langs Tuba City, in Hopi gebied. Het plaatsje is vernoemd naar het gelijknamige Hopi-opperhoofd , dat in 1870 het nabijgelegen plaatsje Moenkopie had gesticht.
Als we weer de busjes uit gaan voor nog meer foto's slaat de hitte me tegemoet, maar toch is het de moeite waard. Zoiets zie ik niet alle dagen thuis.
We rijden dwars door de veelkleurige steenwoestijn van de Painted Desert. Painted Desert heeft haar naam te danken aan het pastelkleurige zand. Heel bijzonder.
We rijden via Moenkopi, de Echo Cliffs, Hidden Springs en nog een paar andere Springs tot aan de Colorado River. Als ik voor me uit kijk, zie ik een imposante gebergte; de Echo Ciffs.
Als je de naam hoort, kun je je er denk ik wel 'iets' bij voorstellen. Het lijkt wel een grote geluidsmuur, maar dan wel een hele grote.
Bij Marble Canyon gaan we uit de busjes en lopen naar de Kaibab Bridge. Vanaf deze brug hebben we een goed uitzicht op de Colorado River. Ik heb mijn petje vergeten en krijg van Herman zijn petje.
Zonder iets op het hoofd is het voor mij bijna niet te doen. Ik herinner me nog die keer uit Alaska dat ik wel zonder hoofddeksel kon. Nou, dát heb ik toen geweten. Ik had een behoorlijke zonnesteek opgelopen en was dan ook verschrikkelijk ziek. Het was dan ook dom van mij om geen hoofddeksel mee te nemen. Maar ja, iedereen is al uit de bus en dan moet men voor mij terug en dat vind ik vervelend.
De brug is 187 meter lang en de rivier ligt zo'n 250 meter diep. Het is dan ook niet verwonderlijk dat je de rivier vanaf de weg niet kunt zien. Ik sta een poosje midden op de brug naar de Colorado River te kijken en loop dan weer terug. Bij de parkeerplaats is een visitor center. In het Visitor Center vindt je informatie over de geschiedenis van de brug en de omgeving. Ook worden soeveniers van de Hopi-Indianen tentoongesteld en uiteraard kunnen deze gekocht worden. Willem maakt voor mij een foto van een Navajo-Hopi artiest, genaamd Danny Langen. (niet echt een Indiaanse naam).
Van het Visitor Center maken we ons op voor het laatste gedeelte van de reis voor vandaag, naar Campsite Grand Canyon North Rim. In de verte doemt Kaibab National Forest op en ergens tussen de bomen ligt de Grand Canyon. De Grand Canyon, al veel over gehoord en gelezen en nu ga ik dat wonder dan eindelijk zien. De camping ligt, zoals de naam al doet vermoeden, aan de rand van de Grand Canyon aan de noordkant.
We zetten de tenten op mooie ruime plekken op en 's avonds zitten we heerlijk met z'n allen bij het kampvuur.
8e dag.
Vandaag staat er een 'rustdag' op het programma.
Niks rustdag, er moet gewandeld worden.
Het toeristische gehalte is aan de noordkant van de Canyon (de North Rim) lang niet zo hoog als aan de zuidkant (de South Rim). Dus ik vind het wel een strak plan dat we aan de noordkant neerstrijken.
We gaan naar het North Rim Visitor Center. In het Visitor Center is een kleine tentoonstelling gewijd aan de geschiedenis van The Grand Canyon. Bij een schaalmodel geeft een ranger ons tekst en uitleg over de geschiedenis van de Grand Canyon, vanuit de North Rim gezien. Buiten staat een voorbeeld van een hogan, de traditionele woning van de Navajo's. Bij het Visitor Center is een supermarkt te vinden, toiletgelegenheid en natuurlijk een soevenierwinkel; een mooie grote winkel. En uiteraard schaf ik me weer een vingerhoedje aan. Buiten komt Willem te strompelen en valt, maar gelukkig is het niet ernstig; hier en daar wat schaafwonden.
Met de busjes worden we naar het begin van de North Kaibab Trail gebracht. In een reisbeschrijving staat dat de North Kaibab Trail een zware trektocht is en alleen geschikt voor fitte, ervaren hikers. Nou dit gaat helemaal goed komen vandaag.
Het is toch wel een bijzondere belevenis om in de Grand Canyon af te dalen. Volgens mij zijn er niet veel mensen die nog nooit van de Grand Canyon hebben gehoord. En nu daal ik in die beroemde canyon af. Regelmatig werp ik een blik in de diepte van de canyon en wat ik dan zie is bijna niet te beschrijven, zo mooi en zo overweldigend. Maar wat mij ook opvalt is de geur van pies en poep van muilezels. De muilezels gaan in groepjes van 8 à 10 naar beneden en als de eerste muilezel ergens onderweg piest of poept doen de andere muilezels het ook ongeveer op dezelfde plek. En neem maar van mij aan, dat dat stinkt. Het is in de canyon boven de 30° en de hitte blijft in de canyon hangen en zo ook de lucht van de muilezels. Maar gelukkig gaan de dieren niet zo ver naar beneden. We dalen af tot de Coconino Overlook. Vanaf deze plaats hebben we een geweldig uitzicht in en over de canyon. We staan op de top van de Toroweap Formation, wat ooit een zee is geweest. Maar dan heb ik het wel over 230 miljoen jaar geleden. Dit is een geweldig fotogenieke plek en er wordt dan ook druk gefotografeerd.
De veelkeurige rotswanden bestaan uit steenlagen die tussen de 545 en 250 miljoen jaar oud zijn. Gedurende deze periode bevond zich op deze plaats een grote binnenzee.
De verschillende kleurlagen zijn ontstaan uit diverse sedimentlagen. De oudste steenlaag bestaat uit donkerbruine tapeats-zandsteen en daar bovenop ligt de groen-grijze Bright Angel-leisteen. Dan volgt de grijsgekleurde muav-kalksteen. We zijn er nog lang niet, want nu is het Temple Butte-kalksteen aan de beurt, dat paarsgrijs van kleur is. De volgende laag bestaat uit redwall-kalksteen, dat dieprood van kleur is. Hier bovenop ligt dan weer de Supai-formatie en de kleur varieert van bruin tot dieprood.
En nu komen we aan bij de crèmekleurig coconino-zandsteen, waarop ik nu sta.
Al die verschillende lagen, met hun verschillende kleuren geven al aan hoe zo'n geweldig gezicht het hier is. Misschien kun je je er een voorstelling van geven hoe kleurrijk het hier is.
We lopen verder en belanden bij de Supai Tunnel. De muilzels gaan tot aan de Supai Tunnel.
Als ik door de tunnel loop is het net alsof het aan deze kant wat grilliger is. We dalen verder af naar de Redwall Bridge, steeds vrij steil naar beneden. De Redwall Bridge ligt op zo'n zeshonderd meter diep in de canyon. Over deze zeshonderd meter doe ik twee uur en een kwartier. Het zal me benieuwen hoe lang ik er over doe om weer de canyon uit te komen.
En welgeteld doe ik er twee uur en drie kwartier over om weer boven te komen. Al moet ik er wel even bij vertellen dat we op de weg naar boven niet zo veel zijn blijven staan voor de uitzichten als op de weg naar beneden.
Weer boven wachten we tot iedereen er is en gezamenlijk lopen we nog zo'n twintig minuten naar de camping. Op de camping begin ik maar eens aan de stapel kaartjes, welke naar het thuisfront gestuurd moeten worden.
Als de zon wat laag aan de horizon begint te staan, gaan we met z'n allen in de busjes naar Cape Royal; naar één van de mooiste uitzichtpunten van de Grand Canyon. Cape Royal is zo bijzonder omdat deze uitkijkpost ver in de Grand Canyon reikt. Vanaf een parkeerplaats moeten we ongeveer één kilometer wandelen voordat we bij het uitzichtpunt zijn. Geen probleem. We zeulen een grote pan met een koude aardappelsalade, druiven, drank en nog meer lekkers mee naar de uitkijkplaats.
Herman en Irma hebben deze dag niet gewandeld, zij hebben inkopen gedaan en op de camping een koude aardappelsalade gemaakt.
Op de uitkijkplaats kijken we natuurlijk eerst onze ogen uit, zo mooi is de canyon bij avondlicht. Na het schieten van heel wat plaatjes beginnen we met een toostje met quacomole, dan de koude aardappelsalade en als toetje druiven. De andere gasten op de uitzichtplaats kijken hun ogen uit naar al dat lekkers. Als we ons rond hebben gegeten, concentreren wij ons op de zonsondergang boven de Grand Canyon. Mensen, wat mooi met al die verschillende kleuren van de Canyon. De meeste mensen staan op een rots te kijken naar de zonsondergang, maar het is me daar te benauwd met zoveel mensen op zo'n kleine ruimte. Ik maak een leuke foto (tenminste dat denk ik) van al die mensen die de zonsondergang staan te fotograferen. Nadat de zon onder is gegaan wordt het koud en we blijven dan ook niet hangen, maar gaan terug naar de busjes (met de afwas tussen ons in).
Weer terug op de camping wordt er een vuur aangestoken en we gaan met z'n allen gezellig rond het kampvuur zitten.
9e dag,
We breken de tenten op, pakken de spullen in de busjes en gaan op weg naar Zion National Park. We verlaten de staat Arizona en gaan weer terug naar Utah. Onderweg drinken we koffie in Kanab. Kanab ligt net even over de grens in Utah. In de taal van de Paiute-Indianen betekent Kanab 'plaats van wilgen'.
In Kanab staat het huis van Jacob Hamblin. Deze Jakob Hamblin kwam in 1854 als een
van de eerste mormoonse kolonisten naar de streek rond Kanab en hij heeft zich bijzonderlijk verdienstelijk gemaakt door zijn missiewerk onder de Navajo-Paiute- en Zuni-Indianen. Hij heeft menig geschil opgelost tussen de Indianen en de kolonisten. Het huis waarin deze Jakob Hamblin heeft gewoond met zijn twee vrouwen is een typisch voorbeeld van een mormoonse woning uit die tijd en is dagelijks te bezichtigen.
Van Kanab gaan we via Mount Carmel Junction verder naar Zion National Park. Onderweg is er veel, heel veel moois te zien en we houden dan ook regelmatig fotostops. Geweldige rotsformaties zet ik op de foto. Maar hoe vaak we ook stoppen, uiteindelijk belanden we in Zion National Park. Als we het park binnen gaan maken we na een paar kilometer al een stop bij Checkerboard Mesa. Deze uit Navajo-zandsteen bestaande rotspartij oogt, dankzij de vele horizontale en verticale lijnen, op een gigantisch dambord. Het lijkt net of er een ruitjespatroon in gekrast is. De horizontale lijnen zijn ontstaan als gevolg van het schuiven van de diverse zandlagen, terwijl de verticale lijnen het resultaat zijn van regenwater- en vorsterosie.
Zion National Park is het oudste nationale park van Utah en het is wat dieren- en plantenleven betreft een erg rijk reservaat. De wanden van de canyon zijn ruim zeshonderd meter hoog en behoren tot de hoogste in de Verenigde Staten. Ook in het gebied van het Zion National Park waren de Anasazi-Indianen de eerste bewoners. Daarna kwamen de Paiute-Indianen, die halverwege de 19 e eeuw een missionaris van de mormonen de weg wezen naar een wonderlijke canyon die nu Zion Canyon heet. De mormonen zagen in dit land de verwerkelijking van hun voorstelling van het Beloofde Land. De overweldigende natuur heeft hier vorm gekregen door rotsen die doen denken aan tempels en kathedralen. Zion Canyon is met 2,5 miljoen bezoekers per jaar het drukst bezochte deel van het park. In het park zijn er meer dan 285 verschillende vogels gesignaleerd, waaronder Amerikaanse oehoes, breedstaartkolibries, helmkwartels, kalkoengieren, en nog veel meer. Als we geluk hebben zien we een paar soorten, 285 soorten zien is wel erg veel. En als we nog meer geluk hebben zien we ook nog muildierherten, dikhoornschapen, edelherten en grijze vossen.
We volgende de Zion-Mount Carmel Highway dwars door het park. We gaan het park weer uit en aan de rand van Zion National Park zetten we in Springdale voor drie nachten de tenten op. Er is nog tijd voor een wandeling en we gaan dan ook weer het park in voor de Angels Landing Trail (de plek waar de engelen neerkomen). In een informatiefolder lees ik dat het een moeilijke trail is en dat deze niet geschikt is voor mensen met hoogtevrees, dat je makkelijk kunt komen te vallen en dat er stukken bij zijn die behoorlijk steil en smal zijn. Het laatste stuk van de trail is beveiligd met kettingen. Nou ik ben benieuwd wat dit gaat worden vanmiddag. Ik zie wel.
Vanwege het groeiende verkeer en de daardoor ontstane parkeerproblemen en de verontreiniging is het tussen april en oktober niet toegestaan met eigen vervoer van de doorgaande weg af te gaan, maar er moet dan gebruik gemaakt worden van een pendelbus. Om het park binnen te kunnen moet er entreegeld betaald worden, maar dan is de pendelbus gratis. We gaan met de bus mee tot aan The Grotto; een picknickplaats. Bij The Grotto begint de Angels Landing Trail. Het is 450 stijgen op ongeveer drie kilometer. Zigzaggend naar boven via 21 haarspeldbochten, sta ik telkens stil bij de geweldige uitzichten die Zion biedt. Als we bijna boven zijn wordt het toch wat gevaarlijker en zijn er kettingen bevestigd waar je je aan vast kunt houden en waaraan je je tevens naar boven kunt trekken. We helpen elkaar zo goed en zo kwaad als dat gaat. We komen uit bij het laatste stuk van de trail; een smalle richel, met daarvoor een redelijk vlak plateau. De 'hardlopers' onder ons zijn al bezig te richel te beklimmen. Vanaf het plateau heb ik een prachtig uitzicht op de fraaie Zion Canyon. De Zion Canyon is een 24 kilometer lange en 800 meter diepe ravijn die door de eeuwen heen door de Virgin River is uitgeslepen.
Ik blijf met nog een paar anderen op het plateau. In de verte volg ik Willem langs de richel van Angels Landing. Hij is redelijk makkelijk te herkennen aan zijn rode shirt. Ik vermaak mij op het plateau uitstekend met lizards (hagedissen) en met brutale squirrels (eekhoorns). Al spijt het mij dat ik niet helemaal mee ben gegaan naar boven. Bovenop Angels Landing heb je een 360° panorama over Zion Canyon. Jammer dat ik dat heb gemist, maar er zijn ergere dingen.
Weer beneden wachten we met z'n allen op de shuttle om weer naar de camping te gaan.
10e dag.
Vandaag staat de East Rim Trail op het programma. Maar eerst gaan we met z'n allen zingen voor Cees, want Cees is jarig vandaag. En dan moet er natuurlijk gezongen worden.
Irma heeft voor deze gelegenheid twee boterhammen versierd met chocoladepasta, kokos, marshmellows, sinaasappelschijfjes en nisschien nog wel meer. Je moet er maar opkomen. Het is in ieder geval heel feestelijk om te zien.
We gaan weer naar het park en gaan nu met de busjes naar Checkerboard Mesa. Hier beginnen we aan de East Rim Trail. We stijgen door een open bosgebied langzaam 300 meter. Tussen de bomen door heb ik een geweldig uitzicht op de omringende bergen. In dit bos zijn douglassparren te vinden. Aan het eind van het bos dalen we zo'n 700 meter via een spectaculair pad de Echo Canyon in. Om niet te verdwalen is het soms zoeken geblazen naar de 'steenmannetjes'. De steenmannetjes staan natuurlijk niet allemaal netjes op een rij en je moet ze dan ook echt zoeken. Maar dat lukt. Willem dwaalt van de groep af en vindt een mesozoic shell (een fossiel van tussen 120 en 65 miljoen jaar oud). Hij laat deze liggen, maar maakt er wel een foto van. Even later maakt hij een gevlekte uil wakker. Ook van de uil wordt een foto gemaakt.
In de White Clear Creek zie ik onder andere de Indian Paint Brush (een mooie kleurrijke bloem) en de Beavertail cactus. Deze cactus lijkt inderdaad op de staart van een bever. Aan het eind van de trail komen we bij de Weeping Rock. Weeping Rock, oftewel de Huilende Rots, is een overhangende rotspartij waar water naar beneden sijpelt en zo een 'watergordijn' creëert. Vanwege de vochtige omgeving zijn hier diverse 'hangende tuinen' te zien, waar vooral in het voorjaar (dus nu iets minder) op een bodem van venushaar en mos de meest fraaie planten en bloemen bloeien. Het is een stevige klim naar Weeping Rock, maar zeker de moeite waard. Na ruim zes en een half uur wandelen kan de 400 meter naar Weeping Rock er ook nog wel bij.
Met de pendelbus gaan we naar de uitgang van het park en met een 'gewone' bus gaan we terug naar de camping. Het was vandaag heet om te wandelen, zo rond de 35°.
We gaan niet zelf koken vanavond, maar gaan buiten de deur eten. Het wordt Mexicaans eten vanavond.
11e dag.
Na het ontbijt worden we met de busjes naar het visitorcenter gebracht en vandaar gaan we met de pendelbus het gehele park door tot aan de Temple of Sinawava. Dit is tevens het eind van de Zion Canyon Scenic Drive. Deze weg volgt de loop van de Virgin River tussen enorme hoge, loodrechte rotswanden. Verder dan dit punt gaan de pendelbussen niet en dus gaan we hier er uit. We lopen over een lang wandelpad (1,6 kilometer), de Narrows Trail, naar de rivier. Als we over dit wandelpad lopen komen we langs de Hanging Gardens. De Hanging Gardens worden zo genoemd omdat de onderste delen van de rode rots hier begroeid zijn met bomen en struiken. Het is er erg druk, maar zodra we dit pad verlaten en met de voeten in de rivier staan, is de mensenmassa ook ineens verdwenen. We zullen langs en ook veel door de Virgin River lopen, dus trek ik mijn teva's aan, want zonder deze 'waterschoenen' is het geen doen. Op de bodem van de rivier liggen veel keien en deze zijn spekglad vanwege de algengroei. Maar ik wil toch wel een beetje netjes voor de dag komen en dus doe ik er sokken bij aan. Op deze manier loop ik er netjes bij en zo kan ik nog eens een keer ergens tegen aan schoppen. We komen aan het eind van de Narrows Trail bij de Zion Narrows, dit is een smallen engte, waar de hoge bergen elkaar heel dicht naderen en op de ravijnbodem stroomt de Virgin River. Als ik naar boven kijk zie ik niet veel meer van de blauwe lucht. Soms is het net of het geen dag meer is, maar schemerdonker. De tocht door de Zion Narrows behoort tot de bekendste en meest indrukwekkendste trektochten door het park. Maar het kan ook een heel gevaarlijke tocht zijn, want de kans op stortvloeden als gevolg van zware regenval – zelfs na korte slagregens- is hier een groot gevaar. De eerste keer door het water is best wel koud, maar na een paar keer merk ik er niets meer van. Soms moet ik tot aan de heupen door het water en af en toe val ik op mijn knieen. Deze zien er na verloop van tijd dan ook niet meer uit, zo zijn ze beschadigd. Maar dat gaat wel weer over.
Onderweg komen we stalactieten tegen. Bij stalactieten denk je aan grotten, maar hier zijn ze gewoon buiten te vinden. Al is de plek waar de stalactieten te zien zijn wel behoorlijk donker en vochtig. Een aantal van ons, waaronder Willem, gaat in de rivier zwemmen. Ik blijf wijselijk aan de kant zitten, het water is me veel te koud. Na de zwempartij gaan we dezelfde weg weer terug. Al met al wandelen we ongeveer vijf uur in de Zion Narrows.
's Avonds zit ik heerlijk relaxed met een frisdrankje op de camping. En we nemen met z'n allen een drankje op het 35-jarige huwelijk van Charles en Marianne.
12e dag.
We breken de tenten op en verlaten Wachtman Campground in Springdale en rijden naar Bryce National Park, het volgende park op onze route. Zo rond het middaguur zijn we al weer bezig om de tenten op te zetten op Ruby's Campground.
Om tot aan de rand van het spectaculaire Bryce Canyon te komen, rijden we door Dixie National Forest; bossen van pijnbomen, sparren, dennen en espen. Bryce Canyon ligt op het Paunsaugunt Plateau, een hoogvlakte op zo'n 2600 meter. Het is eigenlijk geen canyon, maar een hoefijzervormig 'bassin' waarvan de wanden uit wel zestig lagen zachte kalksteen bestaan, met alle denkbare tinten roze en wit. Het geheel vertoont een aardige overeenkomst met een Amphitheater. Er zijn duizenden veelkleurige, bizar en soms zelfs bizar gevormde structuren te zien. Met een beetje fantasie zie ik zuilen, torens, muren en kastelen, ontstaan ten gevolge van erosie. De kalksteenformaties waarin ze zijn ontstaan, zijn bekend als de beroemde Pink Cliffs van de staat Utah. Al deze vreemde en fantastische vormen behoren vermoedelijk tot de meest kleurrijke ter wereld.
De Pauite-Indianen die vanaf 1200 na Chr. In deze omgeving een nomaden bestaan leefden, noemden dit gebied Unka-timpe-wa-wince-pock-ich, wat ongeveer betekent 'rode rosten die als mannen rechtop staan in een komvormig dal'. (kom daar maar eens op)
We dalen af en beginnen aan de Fairyland Loop Trail. Wat ik onderweg zie is eigenlijk onbeschrijfelijk. Ik kan dan ook niet ophouden met fotograferen. Ik fotografeer rechts en links en als ik een paar meter verder loop, zie ik rotsen met weer andere vormen en kleuren en zo gaat het maar door. Er zijn ook hele mooie Bristlecone pines (bomen) te vinden. Zelfs deze Bristlecone pines zijn bijzonder van kleur en vorm. Ze zien er heel erg verdraaid uit en heel glad. Als ze op de grond liggen zijn het net wokkels.
Ik hoef niet veel fantasie te hebben om bijvoorbeeld de Chinese Muur en de Tower Bridge in de rotsformaties te herkennen.
Over een wandeling van ruim 13½ kilometer doe ik ongeveer 5 uur. Dit geeft al aan dit ik niet als een hazewindhond de trail heb afgewerkt, ondanks het geringe hoogteverschil van ongeveer 275 meter. Maar van dit geslenter wordt je best wel moe.
's Avonds eten we in Ruby's Restaurant; het is een lopend buffet. Ideaal, hoef je ook niet zo lang te wachten.
Na het eten zoekt iedereen direct zijn eigen tent op, want er staat veel te veel wind om een kampvuur te maken en zonder een vuurtje is het te koud.
13e dag.
Het heeft vannacht gevroren.
Willem en ik besluiten om een rustdag te nemen vandaag, dat wil zeggen, we gaan niet mee wandelen. We gaan wel met de busjes mee naar het Visitor Center. Daar neuzen we wat rond, kopen een geologische kaart van het gebied en even later gaan we met Herman terug naar de camping. De rest van de groep gaat voor een wandeling in Bryce Canyon.
Ik ga heerlijk zitten lezen op de camping en Willem gaat met Irma in haar busje op pad voor nog meer fotostops.
Als zij terug zijn, gaan we met z'n vieren wat eten in Ruby's Restaurant.
Na de lunch gaan Willem en ik aan de overkant van de straat wat western uitziende winkeltjes bekijken. Aardig om te zien, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Wel is er een winkeltje met hele mooie grote stukken patrified wood (versteend hout) en mooie mineralen.
Ook zien we nog een fel gekleurde totempaal.
Verder doen we deze dag niet veel. Dit gaat dus een echte rustdag worden. Het is bovendien te heet om wat te gaan ondernemen. Ik bekijk nog wel een tipi; dit is een Indianentent. Zo'n tipi kun je huren en je kunt er in overnachten.
's Avonds zitten we met z'n allen bij het kampvuur en roosteren marshmellows in het vuur.
We maken het niet al te laat, want het is koud.
14e dag.
We breken de tenten op en rijden naar een weinig bezocht deel van het Coroladoplateau, namelijk het gebied van de Escalante rivier. De rit duurt maar een uur. Onderweg kun je al zien dat de herfst bezig is haar intrede te doen en dat geeft mooie kleuren.
We kamperen op Campsite Escalante State Park, even buiten het plaatsje Escalante. Dit bergdorpje ligt ten zuiden van het Dixie National Forest.
Escalante (800 inwoners) is gesticht in 1875 en vernoemd naar de Spaanse missionaris en ontdekkingsreiziger Silvestre Vélez de Escalante, die in 1766 delen van Utah had bezocht, maar hier nooit is geweest. De mormoonse kolonisten die zich hier vestigden noemden de regio in eerste instantie Potato Valley, naar de hier in grote getalen in het wild groeiende aardappels .
Op de camping drinken we cappachino; heerlijk.
Ik ga met Willem en Tony aan een korte trail beginnen. Er moet op die trail veel versteend hout (patrified wood) te vinden zijn. Maar de twee heren gaan er als een speer vandoor en ik kan ze amper bijhouden. Na een paar minuten besluit ik terug te gaan naar de camping, laat de heren maar gaan. Ik neem nog een koffie en nestel me heerlijk uit de zon, met een boek. Maar van lezen komt niet veel terecht, het is heerlijk om gewoon rond te kijken en te luisteren naar de natuur; gewoon niets doen dus.
Willem komt terug met een klein stukje versteend hout, terwijl dit niet de bedoeling is. Bij het begin van de trail staat geschreven dat het ongeluk brengt als je versteend hout meeneemt. Er is tevens een brief (in een plastic hoesje) bijgevoegd van iemand dat altijd geluk had in het leven. Maar nadat deze een stukje versteend hout had meegenomen, was alle geluk verdwenen en het stukje vesteend hout werd weer teruggestuurd. En nu maar hopen dat het geluk voor diegene is teruggekeerd.
Heel ontroerend, maar Willem heeft toch een klein stukje meegenomen.
Tegen een uur of één gaan we met de busjes naar het begin van de Calf Creek Trail.
We volgen een zanderig wandelpad langs de gelijknamige rivier stroomopwaarts en na een paar uur wandelen, in de toch wel erg warme zon, komen we bij een waterval. Deze waterval valt langs een bruin, groen en blauw gekleurde rots ongeveer 40 meter naar beneden. Geweldig mooie kleurencombinatie geeft die rots te zien. Aan de voet van de waterval is een verfrissende poel. Je hoeft helemaal de poel niet in te gaan om nat te worden, dat wordt je zo wel van het opspattend water van de waterval. Heerlijk verfrissend dus. Een ranger komt aangewandeld en vertelt ons de historie van Calf Creek.We lunchen hier en gaan dezelfde weg weer terug. Het is een druk bezochte trail en we komen dan ook onderweg aardig wat wandelaars tegen. Langs de trail wordt je door middel van bordjes op de hoogte gebracht van wat er allemaal te zien is; welke dieren en planten er te vinden zouden zijn, e.d. Op diverse plaatsen zijn rotstekeningen te zien, die eeuwen geleden hier door Fremont-Indianen zijn aangebracht. Een verrekijker is wel handig nu, want de tekeningen zijn wel een eind van ons verwijderd. Een leuke tocht en al met al wandelen zo'n vier uur.
Terug op de camping, duiken we na de maaltijd redelijk op tijd onze tent in.
15e dag.
We ontbijten, smeren wat extra boterhammen voor de lunch en gaan dan met de busjes via de Hole-in the-Rock Road (mooie naam hè) naar niemandsland. Ik kan voor de plaats waar we nu zijn geen ander woord bedenken. Hier was niets, hier is niets en volgens mij komt hier ook niets. En toch heeft niemandsland een heuse naam; Dry Fork. Ik ben geradbraakt als ik uit de auto stap. Een uur hobbelen van links naar rechts in de busjes is geen pretje. Even de benen strekken en ik kan er weer tegen aan.
De Hole-in-the-Rock Road is een onverharde weg die leidt naar de befaamde oversteekplaats in de Colorado River. De mormonenpioniers volgden deze route naar een doorwaadbare plek in de Colorado River. De mormonen hebben deze plek doorwaadbaar gemaakt door middel van dynamiet.
We staan aan de rand van een plateau en hier moeten behoorlijke kloven in de rotswanden zitten. Ik ben benieuwd. We lopen een stuk naar beneden en komen inderdaad bij behoorlijke kloven in de rotsen. Ik noemde dit niemandsland, maar toch schijnt elke kloof een naam te hebben en deze nauwe doorgang heet Main Fork Narrow. Iedereen van de groep kon erdoor, dus was de kloof niet zo nauw dat er iemand achter moest blijven. Als we met zijn allen weer het daglicht zien, gaan we op naar de volgende kloof. We lopen weer over het plateau en zoeken de 'enge' Spooky Gulch kloof. Deze kloof is op sommige plaatsen slechts 30 centimeter breed. Meer dan de helft van de groep vindt deze kloof inderdaad te eng en ze gaan niet verder en wachten bij de ingang van de kloof op onze terugkomst.
Ik ga wel door en een stukje de kloof in moet ik al vrij snel mijn rugzak achter laten anders kan ik er niet door. Ik plaats de rugzak maar in een nis en ga er van uit dat deze bij terugkomst er nog steeds staat. Geld en papieren draag ik toch altijd bij me, zo ook nu.
Ik worstel me horizontaal en verticaal een weg omhoog door deze geweldige, in bikkelharde zandsteen uitgeslepen 'narrow'. Gelukkig is het binnenin kurkdroog. Soms moet je je een beetje tegen de wanden omhoog drukken om verder te komen. Als het vochtig is, glijdt je alleen maar weg. Als het begint te regenen moet je maken dat je uit deze kloven komt, want de ramp is anders niet te overzien. Levensgevaarlijk is het hier dan. Ik ben wel blij dat alles in de kloven kurkdroog is en het lijkt er ook niet op dat het zal gaan regenen. Gelukkig ben ik niet zwaar en ik wordt dan ook regelmatig aan mijn armen omhoog getrokken, of iemand geeft mij een 'kontje' en op deze worstel ik me er doorheen. We moeten helaas dezelfde weg weer terug om onze rugzakken weer op te pikken en ons te vervoegen bij de rest van de groep.
Als de club weer compleet is trekken we verder en komen bij onze derde kloof. De Peekaboo kloof. Geweldige namen heeft men voor deze kloven bedacht hè? De ingang van de Peekaboo kloof ligt boven een opgedroogde waterval. Al het water van de waterval ligt in een grote plas onderaan. We moeten steile wand klimmen om bij de kloof te kunnen komen. Het merendeel van de groep houdt deze kloof voor gezien. Ze zien het steile wand klimmen niet zitten en een aantal heeft er problemen mee om de rugzakken beneden te laten staan.
Ik heb met dat laatste geen problemen; er zijn toch amper mensen in de omgeving te zien. En ik ga er van uit dat deze mensen de zware rugzakken wel zullen laten staan, ze dragen immers zelf een rugzak.
Er zijn wat gaten uitgesleten in de rotswand waar ik mijn voeten in kan zetten en ik moet een touw pakken, zodat ik me langs het touw omhoog kan trekken. Ik heb moeite om van het ene gat naar het andere te komen. De gaten zijn gemaakt voor mensen met wat langere benen dan ik. Maar ik laat me niet kennen en ik kom ook boven. In deze kloof is het, net als in de vorige, worstelen geblazen om verder te komen. Maar ik ga er voor en geef niet gauw op. En natuurlijk lukt het mij. Als we weer op het plateau staan, rusten we even en gaan dan dezelfde weg terug. En we moeten ook weer langs de waterval zonder water naar beneden. Geloof mij maar, als je beneden staat lijkt het niet zo hoog, dan als je boven staat. Mijn god, wat een hoogte. Maar even later sta ik weer beneden.
En met z'n allen gaan we over het plateau weer terug naar de busjes.
Op de camping bekijk ik me eens goed en kom tot de conclusie dat ik geschaafde knieen, geschaafde onderarmen en kapotte scheenbenen heb. Bovendien zijn door het schuren langs de wanden de kleren wat aan de dunne kant geworden. Er is een laagje afgesleten. Zo ook van mijn rugzak. Maar het is beslist de moeite waard geweest.
16e dag.
Het is nog aardig vroeg als we de tenten opbreken en richting Capitol Reef National Park gaan. We gaan over de 2800 meter Boulder Mountain. Boulders zijn vulkanische keien, welke talrijk aan de voet van de Boulder Mountain verspreid liggen. De herfst heeft ook hier zijn intrede al gedaan en dat resulteert in geweldig mooie herfstkleuren. Vooral de kleur geel is hier nadrukkelijk aanwezig. Er worden dan ook diverse fotostops gemaakt. Op een parkeerplaats zie ik een auto met een camper erop staan, ongelooflijk wat een lang ding. We gaan verder en komen bij Capitol Reef National Park aan. Daar gaan we naar Orchard Camp, een voormalige fruitboomgaard. Deze camping heeft een mooi grasveld, maar er zijn geen douches aanwezig. Wel is er wasgelegenheid en zijn er toiletten. Dat laatste is wel erg prettig en een keer niet douchen, daar is best wel overeen te komen.
Dit gebied is door de mormonen Capitol Reef genoemd om de enorme zandstenen koepels op een rug van rood gesteente (door hen 'rif' genoemd) die hen deed denken aan het Capitool in Washington. Het rif vormt de ruggengraat van Waterpocket Fold, een plooi van zo'n honderdvijftig kilometer in de gesteentelagen van het Coloradoplateau. Capitol Reef (nu 980 km²) is in 1937 als een klein nationaal monument begonnen en in 1971 tot het zesvoudige omgebouwd en in een nationaal park omgedoopt. Het is naast de Grand Canyon het enige nationale park in het zuidwesten dat één geologisch geheel beschermt; de lange smalle Waterpocket Fold. De grote, rechtopstaande 'golf' van rotsen is een van de opvallendste kenmerken van Centraal-Utah. Het gebied ontstond ongeveer 65 miljoen jaar geleden toen door verheffing van het Coloradoplateau het ene gebied oprees en het aangrenzende daalde. Waterpocket Fold lijkt op een gigantische trap. In plaats dat het gesteente brak, boog het zich als het ware over de verschuivingen heen. De naam Waterpocket Fold verwijst naar de gaten in het gesteente-oppervlakte waarin regenwater zich verzamelt.
Dit is opnieuw weer een bijzonder fotogeniek gebied. Ik neem enkele foto's van The Castle. Dit is rotsformatie welke op een compleet kasteel lijkt.
Vooral in vroeger tijden was dit gebied voor de mormoonse kolonisten met recht een obstakel, want deze imposante rotskam maakte het reizen door dit deel van Utah er niet gemakkelijker op. Slechts een klein gedeelte van dit nationale park is via verharde wegen bereikbaar. Een bezoek aan het Capitol Reef National Park is in feite een les in geologie.
De eerste mens arriveerde ongeveer 800 jaar na Christus. Kleine groepen Fremont-Indianen vestigden zich aan de oever van de Fremont River en hebben ruim 400 jaar in deze streek gewoond. Op diverse plaatsen in het park zijn rotstekeningen en resten van hun kuilwoningen (pithouses) aangetroffen. Waarom de Fremont-Indianen uit dit gebied zijn weggetrokken, is tot op heden een raadsel. Capitol Reef heeft voor Butch Cassidy en The Wild Bunch regelmatig een veilige thuishaven betekend. Deze beroemde outlaw en zijn mannen kenden dit gebied op hun duimpje en trokken zich hier regelmatig terug als de grond elders te heet werd onder hun voeten.
Ik heb geen zin in een wandeling vanmiddag en samen met Willem en nog een paar anderen blijf ik op de camping. Mijn boek is nog niet uit en daar ga ik vanmiddag maar eens mee verder.
17e dag
De groep splitst zich in tweeën vandaag. Ik ga op pad met Willem, Carla, Irma en Daniëlle.
Carla heeft deze tocht gisteren al gelopen en weet ongeveer wat er gaat komen. Daar we vandaag veel door water zullen gaan wandelen, laat ik mijn bergschoenen 'thuis' en doe mijn teva's aan. De hele dag met blote voeten in teva's vind ik niet prettig, dus doe ik maar sokken er bij aan. Gemak wint het vandaag van elegantie. Na ongeveer een uur wandelen komen we bij het eerste grote obstakel. Volgens Carla moeten we door het water, als we verder willen gaan en Carla zal het wel weten. Ik trek mijn kleren dus maar uit en ga verder in mijn badpak. Ik pak mijn rugzak in een grote grijze plastic vuilniszak en ga het water in. Maar ik ga niet verder dan mijn middel door het water. De 'grote' doorgang moet nog komen. Maar ik heb in ieder geval kennis kunnen maken met het ijskoude water. Gelukkig schijnt de zon en ik ben in 'no time' droog. Ik haal mijn rugzak weer uit het plastic en in badpak ga ik verder. De bedoelde nauwe doorgang zal vanzelf wel een keer komen en ik ben er dan helemaal klaar voor. Steeds in en uit de kleren is ook zo'n werk. En ja hoor, een kwartiertje later moet ik er dan toch aan geloven. Willem neemt mijn plastic zak mee en ik heb alleen mijn wandelstok nog. Ik laat me in het water zakken en de adem snijdt me af, zo koud is het water; het is ongeveer 10º. Een neem maar van mij aan dat dat koud is. Gelukkig hoef ik maar een paar meter te zwemmen. Aan de overkant gaan we met z'n allen een poosje in de zon zitten om weer een beetje op temperatuur te komen. Ik loop verder in mijn badpak, maar zorg er wel voor dat ik iets op mijn hoofd heb en ik knoop mijn waterflesje om mijn middel. En zo ga ik verder naar het volgend zwempunt. Ik kom nog verschillende keren tot mijn middel door het water. Aan het eind van de trail moeten we langs een waterval naar beneden. Dat is ook wel spectaculair om te doen. Alle stenen zijn net zo glad als een aal en probeer dan maar eens naar beneden te komen. Ieder van ons zoekt zijn eigen weg, met of zonder de hulp van een ander. Willem moet weer zonodig via de waterval naar beneden. Gelukkig lukt het iedereen zonder kleerscheuren beneden te komen. We komen uit bij het Visitor Center en hebben dan ongeveer 4½ uur gewandeld. De rest van de middag ga ik verder met het lezen van mijn boek.
Willem en Carla hebben nog niet genoeg van wandelen en doen nog een stukje. Nou ze doen maar. Een uurtje later zijn ze al terug.
's Avonds zitten we gezellig rond het kampvuur met een slaapmutsje. Dat is voor de één kopje thee (ik dus) en voor de ander (Willem dus) iets sterkers. Het is in ieder geval lekker voor het slapen gaan.
18e dag
We gaan State Road 24 op en rijden naar Chimney Rock. Deze roodgekleurde en hoog boven de omgeving uittorende rotspartij heeft inderdaad de vorm van een schoorsteen. We parkeren de busjes op het parkeerterrein en beginnen aan de Chimney Rock Trail. De tocht is ruim 5½ kilometer; dat is niet erg lang, maar het is wel een pittige tocht, want de hoogteverschillen zijn behoorlijk. We worden uiteindelijk wel beloond met een prachtig uitzicht op deze imposante rotspartij en fraaie panorama's op de omliggende omgeving. De trail gaat op een gegeven moment niet verder en we moeten dus hetzelfde stuk weer terug gaan. Maar het blijft geweldig om rond te kijken. Dit verveelt echt niet. Weer beneden aangekomen stappen we in de busjes en rijden verder naar een geweldig uitzichtspunt, Goosenecks Overlook. Vanaf hier heb ik een fraai uitzicht op de beneden liggende Sulphur Creek River in de Sulphur Creek Canyon. Gooseneck betekent de hals van een gans en de rivier doet op dit punt dan ook aan de hals van een gans denken. Ja, ja, fantasie hoort erbij.
Na de Gooseneck gaan we naar het Visiter Center. Binnen is er natuurlijk informatie te vinden over het ontstaan van dit gebied. Tevens wordt er een presentatie gegeven. We nemen even een kijkje bij de presentatie, kopen wat boeken en gaan terug naar de busjes, op naar het volgende onderdeel. Ik voel me net een Japanner (uit de bus, foto's maken, weer in de bus en hup naar het volgende punt).
We gaan verder over State Road 24 en hoeven niet lang te rijden of we kunnen er al weer uit. We gaan kijken naar de petrogliefen (rotstekeningen). Deze petrogliefen zijn door Anasazi-Indianen gemaakt. Eenvoudige poppetjes, symbolen en handafdrukken sieren de rotswanden. De tekeningen van dichtbij bekijken is er niet bij. Maar daar heb ik het volgende op gevonden; een verrekijker. Het geeft me wel een kick om naar deze tekeningen te kijken. Het idee dat ze lang geleden gemaakt zijn door Indianen, dat heeft wel wat.
We lunchen aan het begin van de Grand Wash Trail. The Grand Wash trail begint redelijk vlak, maar na enige tijd klimmen we naar 400 meter, naar de imposantante Cassidy Arch.
Cassidy Arch is een natuurlijke stenen boog, welke is vernoemd naar de één van de beruchtste bandieten van het Wilde Westen, namenlijk Butch Cassidy en zijn volgelingen, The Wild Bunch. De liefhebbers van revolverhelden in het Wilde Westen kennen ongetwijfeld Butch Cassidy en The Wilde Buch. Deze Butch Cassidy en zijn volgelingen zouden hier hun schuilplaats hebben gehad.
Na Cassidy Arch gaan we verder met de Frying Pan Trail. Dit is een pittige tocht, die de bergkam van Capitol Reef volgt. Ik ben zo bezig met het zoeken naar de weg omhoog en om me heen kijken, dat ik de anderen uit het oog verlies het valt niet mee om weer op dezelfde hoog te komen als de anderen van de groep. Maar met wat klimwerk, kapotte knieen, schaafwondjes overal en nat van zweet, lukt het me toch. We blijven een tijdje boven op de bergkam lopen, maar ja uiteindelijk moeten we toch ook weer naar beneden. Aan het eind van de trail maken we een steile afdaling naar de Cohab Canyon, waar we verder lopen naar Fruita Valley; de groene oase en de camping. Het was een zwarte tocht vandaag, niet wat betreft het aantal uren wandelen; dat was maar 4½ à 5 uur. Steeds stijgen en dalen is vermoeidend, vooral met de hitte vandaag.
Daar het vanavond de laatste avond is dat er gekookt wordt, is het 'kliekjesavond'.
Maar toch schotelt Irma ons nog een vijf gangen diner voor. Geweldig. De laatste keer koken, dat houdt dan ook in, de laatste keer de grote pannen afwassen, de laatste keer met z'n allen rond het kampvuur en de laatste keer de tent in.
19e dag.
We staan vroeg op, want om negen uur willen we vertrekken. We willen nog ontbijten en alles moet schoon in de busjes worden geladen.
Alles is ingeladen en we stappen in, maar helaas, we kunnen ook weer uitstappen, want één van de busjes wil niet starten. De deskundigen onder ons buigen zich erover en komen tot de conclusie dat de accu leeg is. Maar de grootste kenner onder ons (Willem) schudt een keer aan de accu en waarachtig de auto start. Gauw met z'n allen weer opnieuw in de auto en we gaan op weg naar Salt Lake City.
Ergens onderweg koop ik bij een benzinestation warme chocolademelk. Er is geen tijd om dit hier op te drinken, dus neem ik de chocomelk maar mee de bus in. Maar het is me daar toch heet en ik verbrand dan ook promp mijn mond en tong.
Rond een uur of één zijn we in Salt Lake City. We overnachten weer in hetzelfde hotel; het Shilo Inn Hotel.
De vorige keer in Salt Lake City hadden we weinig tijd om te 'shoppen', dus gaan we dat nu maar inhalen. We gaan naar Cross Roads Mall (een groot winkelcentrum), kopen daar onder andere vier cd's en een cd-houder. Ja, ja, dat soort dingen kun je in Nederland niet kopen. We drinken en eten wat en met een volle maag beginnen we aan het inslaan van soeveniers. In een 'mormonenwinkeltje' kopen we soeveniers bij een aardige mormonenmeneer. Deze meneer heeft een aantal jaren geleden in Nederland gewoond en heeft al kloppend langs de deuren zijn waar aan de man gebracht. Hij wil wel graag even Nederlands praten met ons.
We hebben de soeveniers binnen en gaan naar Quatters, vlakbij 'ons' hotel. We denken dat we Tony en Carla daar wel eens aan zouden kunnen treffen. Onderweg komen we Carla al tegen en met z'n drieeen gaan we naar Quatters. Quatters is een bierbrouwerij met een bar en een restaurant en natuurlijk eigen gebrouwen bier. Als we bij Quatters aankomen is er geen Tony te bekennen. Maar we zitten amper of Tony komt ook binnen en met z'n vieren zitten we een tijd gezellig te kletsen en te drinken. Willem koopt een flessenopener en een biermatje (maar wat je daar mee moet doen ……).
Terug in het hotel knappen we ons een beetje op voor het laatste avondmaal met z'n allen.
Om half acht verzamelen we ons in de hal en gaan dan met z'n allen naar een Italiaans restaurant. Als we buiten komen regent het een beetje en het onweert boven de bergen rond Salt Lake City.
Tijdens het diner doet Kees 'het' woordje en biedt Herman en Irma elk een National
Geografic blad aan over het gebied waar we door getrokken zijn en overhandigt elk een enveloppe met inhoud.
Na het diner zijn er een aantal die nog ergens wat gaan drinken, maar ik ga naar het hotel; lekker pitten. Willem gaat nog even naar het Historic Temple Square, om foto's te maken van de Mormonen Tabernacle bij nacht.
20e dag.
Om zeven uur staan we op, want er moet nog een beetje ingepakt worden en om half negen moet er worden ontbeten. Zo'n allerlaatste dag kun je pakken eigenlijk geen pakken meer noemen, maar proppen. Prop maar raak, ik zie het thuis wel weer.
Tijdens het ontbijt zingen we voor Marco en er worden cadeautjes uitgedeeld. Marco is jarig vandaag.
De tassen gaan voor de laatste keer de busjes in en om kwart over negen vertrekken we bij het hotel. Op het vliegveld check ik één stuk bagage van mezelf in en één stuk van SNP.
De schoenen moeten weer uit en mijn rugzak gaat diverse keren door de scan; ik heb geen idee waarom. In een winkeltje koop ik nog een vingerhoedje en dan is het wachten geblazen om het vliegtuig in te kunnen stappen.
Als we in de lucht zijn, maak ik nog een leuke foto van de sky-line van Salt Lake City.
Via O'Hare International Airport Chicago vliegen we naar Schiphol Amsterdam.
's Morgens zo rond negen uur (Nederlandse tijd) zijn we dan weer terug in Nederland. We nemen afscheid van de groep en gaan richting de treinen.
Een paar uur later zijn we terug in Nieuw-Amsterdam .
Onze vakantie is voorbij.

0 reacties:
Een reactie posten
Aanmelden bij Reacties posten [Atom]
<< Homepage