China reisverslag deel 1
Woensdag 20 juli en donderdag 21 juli 2005.
1e dag en 2e dag.
De cavia's zijn het huis al uit en dus hebben we vakantie.Het is vroeg
opstaan vanmorgen want we willen met de trein van 08.06 naar Schiphol
gaan. Om 10.45 zijn we op Schiphol. Na het inchecken en achter de
paspoortcontrole slaan we 2 flesjes whisky in. Je kunt niet weten waar
dit goed voor is !!!!!!! We staan te wachten bij het ontmoetingspunt
en ik zie plotseling Martin de Groot aankomen.Martin de Groot was onze
gids op onze reis naar Nieuw-Zeeland. Hij is nu op Schiphol om
reizigers op het vliegtuig te plaatsen naar IJsland en gaat dan weer
terug naar kantoor.'Ons' vliegtuig vertrekt 20 minuten te laat, maar
dat deert mij niet. Het vakantiegevoel blijft.De afstand naar Hong
Kong is 9265 km, af te lezen van het tv-schermpje in de stoel voor mij.
Wij vliegen de tijd tegemoet, want in Hong Kong is het zes uur later
dan in Nederland.We kunnen niet direct door vliegen naar Beijing, maar
moeten 10 uur wachten. Dit is natuurlijk veel te lang om op het
vliegveld te blijven hangen. Bijna iedereen van de groep neem dan ook
de bus naar het centrum van Hong Kong.Als ik naar buiten stap slaat de
hitte me tegemoet. En neem maar van mij aan, dat dit geen lekker
gevoel is.
In de bus kun je alleen voor drie personen een kaartje kopen en dan
ook alleen nog maar met gepast geld. Wisselgeld, daar hebben ze nog
nooit van gehoord. In het centrum van Hong Kong maken we, onder
begeleiding van de gids, een wandeling door oude straatjes. In deze
oude straatjes zie je veel stalletjes op straat. In de stalletjes
wordt van alles en nog wat verkocht, zoals kleren, groente en fruit,
sieraden, enz.
We wandelen door en over een overdekte jademarkt. Hier is veel jade te
zien en dat maakt dat het een kleurrijk geheel is. Maar om iets te
kopen is het nog veel te vroeg. Ik ben nog maar net in China en wie
weet wat ik allemaal nog tegen kom (of achteraf heb laten liggen).Van
de overdekte jademarkt gaan we op weg naar Victoria Peak.We lopen door
het Kowloon Park. In dit park zijn mooie sculpturen te zien. Ook zie
ik hier oude vrouwtjes en mannetjes die staan te rekken en te
strekken. Tevens doen ze aan zelfbeheersing
In de zomer is de hitte in Hong Kong bijna niet te dragen en Victoria
Peak is een van de weinige plekken om aan die hitte te ontsnappen. Het
is een 554 m hoge heuvel op Hong Kong-eiland. Eind achttienhonderd kwam er zelfs een verordening dat alleen Europeanen zich in de hogere regionen van de Peak mochten
vestigen. Prachtige koloniale panden werden tegen de heuvel aangebouwd.
In de loop van de tijd ontstond er een hiërarchie met de
allerrijksten bovenop de Peak, de minder gefortuneerde , maar toch nog
altijd welgestelde Europeanen en Chinezen in de middelste regionen. De
armsten aan de voet van de Peak.
De kabelspoorbaan naar de top van Victoria Peak werd in 1888 geopend,
omdat het vervoer per draagstoel te langzaam ging en te kostbaar werd.
De tram kan tegelijk 80 personen vervoeren en in acht minuten klimt de
trein in een hoek van 45° omhoog van het vertrekpunt naar het het
Upper Peak Tram Terminus op 397 m. Hier is de Peak Tower met een
restaurant, cafetaria, winkeltjes en stalletjes.
Vanaf een platform bij de Peak Tower heb ik een adembenemend uitzicht
over een groot deel van Hong Kong-eiland, Victoria Harbor, Knowloon en
naar het westen toe enkele eilanden.Met een aantal reisgenoten zoeken
we een terras op en ik neem in de schaduw een cappuccino.Met de tram
gaan we terug naar beneden en gaan dan met de metro naar een
busstation en uiteindelijk gaan we met de bus terug naar het
vliegveld. We vertrekken later uit Hong Kong dan gepland, vanwege een
onweersbui welke over Hong Kong raast.
In de hal van het vliegveld in Beijing halen we geld uit een
automaat. Een stewardess komt ons zeggen dat we beter buiten kunnen
pinnen, dat is goedkoper. Een aantal van ons gaan naar buiten om te
pinnen, maar uiteindelijk blijkt het niets uit te maken.
Iedereen zag er behoorlijk bezweet uit en Willem stal hierin de kroon.
Zijn zwart shirt was helemaal gemêleerd. Maar gelukkig heeft hij een
schoon shirt in zijn tas gedaan. Voor we eindelijk het vliegtuig in
kunnen gaan moeten we lang wachten bij de douane, de bagagecontrole, enz.
In Beijing staan er twee busjes klaar, een busje vervoert de bagage en
in het andere busje nemen wij plaats. Om half twaalf zijn we eindelijk
op onze kamer en kan ik eindelijk pitten.
Vrijdag, 22 juli 2005.
de 3e dag.
Het is vakantietijd en dat houdt in vroeg opstaan. Om zeven uur gaat
dan ook de wekker. We gaan naar beneden om te ontbijten. Ik heb nog
nooit zo'n ontbijt gezien. Het zijn stuk voor stuk 'dingen' die wij
als avondeten zouden gebruiken. Ik neem warme witte en chinese kool
met rijst. Wat bruine bonen kunnen er ook nog wel bij. Uiteraard gaat
dit alles gepaard met Chinese thee. Wat een combinatie hè. Maar wonder
boven wonder smaakt het geweldig.Na het ontbijt lopen we naar een
hotel in de buurt, ongeveer een half uurtje lopen, waar fietsen zijn
gehuurd. We gaan al fietsend door Beijing. Hanggliding in
Nieuw-Zeeland was een gevaarlijke onderneming, maar op de fiets door
Beijing doet daar niets voor onder.
Iedereen en alles toetert en niemand trekt zich van het verkeer iets
aan. Op een gegeven moment bel ik net zo hard als de rest van de
fietsers. Ik weet me snel aan te passen. We parkeren onze fietsen
ergens en lopen naar de 'Lamatempel'.
De 17de-eeuwse Lamatempel was oorspronkelijk de woonplaats van keizer
YongZheng, de derde keizer van de Qing-dynastie. Het paleis stond tot
1744 leeg. Toen werd het in gebruik genomen als boeddhistisch
Lamaklooster om de banden met de Mongoolse en Tibetaanse buurlanden te
versterken. Tijdens Culturele Revolutie (1966-1969), toen Mao Zedongs
Rode Gardes alles vernielden wat historisch was, ontsnapte de tempel
ternauwernood aan vernietiging door premier Zhou Enlai. Tegenwoordig
wonen er weer Mongoolse en Tibetaanse Lama's die dagelijks diensten
houden. Het enorme complex heeft grote en kleine houten hallen en
gebouwen , met bijna 1000 kamers. In de hoofdhal, de Hal van de
Eeuwige Harmonie, staat een standbeeld van Tsong Kapa, de stichter van
de geelkap-sekte ofwel het Tibetaanse boeddhisme. De hal na de
hoofdingang, het Paviljoen van het Tienduizendvoudig Geluk, is het
interessants. Hierin bevindt zich een enorm houten beeld van de
Maitreya Boeddha (26 m hoog , waarvan 8 m ondergronds), gemaakt uit
één boom van sandelhout die in de 18e eeuw vanuit Tibet naar Beijing
werd getransporteerd.
Als we de Lamatempel hebben bekeken (eigenlijk raak je 'nooit'
uitgekeken) lopen we richting onze fietsen. Onderweg koop ik wat
ansichtkaarten en ik ding natuurlijk af. Ze bieden mij de
ansichtkaarten aan voor 21 yuan, maar ik bied niet meer dan 4 yuan. Ze
bleven lang op 5 yuan zitten, maar ik krijg uiteindelijk de
ansichtkaarten voor de prijs die ik er voor wil geve en dat is 4 yuan.
Meneer de Chinees is niet blij met mij en ik geef hem dan ook maar een
fooi. Hij kijkt mij aan en ik zie hem denken "die is lang niet goed
wijs". Ik denk dat ik het afdingen nog moet leren, maar we zijn nog
niet uit China vertrokken en dit zal vast wel lukken. Ik denk dat ik
er maar een sport van ga maken "zoveel mogelijk afdingen". Ik ga er
van uit dat de Chinezen de artikelen niet met verlies gaan verkopen.
We fietsen door de hutongs (kleine steegjes). Achter de muren van de
hutongs verbergen zich nog woningen die gebouwd zijn rond een
binnenplaats; de siheyuan. Er zijn nog steeds een groot aantal van
deze hutongs te vinden, al verdwijnen ze in rap tempo. Wat regelmatig
op tv te zien is, zie je ook inderdaad, nl, veel fietsen op zo'n
binnenplaats en oude mannetjes en vrouwtjes op een stoel voor de ingang.
In een restaurant eten we heerlijk. Als dit de verdere vakantie zo
door gaat, komt het met het eten hier in China helemaal goed.Na het
eten fietsen we naar de Verboden Stad.
De huidige opzet van het centrum van Beijing ontstond tijdens de Ming-
en Qing-dynastieen. Tijdens de Mantsjoe Qing-dynastie werd de stand
onderverdeeld in drie gebieden. Het hart werd gevormd door de Verboden
Stad waar de keizer en zijn gevolg woonden. Deze stad was geheel
ommuurd en het leven dat zich erachter afspeelde was onzichtbaar voor
de gewone bevolking. Rondom de Verboden Stad lag de zogeheten
Binnenstad. Hier woonden de Manstjoe-ambtenaren. In dit gebied lagen
ook uitgestrekte keizerlijke parken, zoals Beihai, Zhonghai en Nanhal.
Ook deze stad was ommuurd. De Chineze bevolking woonde in de
Buitenstad, ofwel Chinezenstad. Er is natuurlijk meer te zien in Beijing en we fietsen naar het
beroemde of beruchte Tian-An-Men-plein (Plein van de Hemelse Vrede).
Op 15 april 1989, de dag dat de voormalige secretaris-generaal van de
Chinese Partij Hu Yaobang overleed, was China in rouw gedompeld. Zijn
dood vormde de aanleiding voor de grootste demonstratie in China na de
Volksrepubliek in 1949.
Studenten zagen in Hu Yaobang een martelaar van liberale hervormingen.
Opgezweept door talrijke economische en maatschappelijke problemen
demonstreerden zijn tegen het beleid van premier Li Peng. Op het
Tian-An-Men-plein begonnen 3000 studenten een hongerstaking. In de
loop der weken kwamen steeds meer mensen naar het plein om te
demonstreren tegen de regering. Op een gegeven moment demonstreerden
er zo'n 1 miljoen mensen voor het aftreden van Li Peng. Als antwoord
ontruimde het leger in de vroege ochtend van 4 juni met harde hand het
Tian-An-Men-plein. Nog steeds is onduidelijk hoeveel doden en gewonden
er op die bewuste ochtend. Tal van Chinezen die destijds aanwezig
waren, zijn naar andere Aziatische landen of het Westen gevlucht. Een
groot aantal mensen is opgepakt en gevangengezet. Sommigen zijn
vrijgelaten, maar worden voortdurend in de gaten gehouden. Nog elk
jaar wanneer 4 juni nadert, staan er extra soldaten op wacht bij het
plein om eventuele protesten meteen de kop in te drukken.
Zaterdag 23 juli 2005.
4e dag.
Om 06.00 uur staan we al op en gaan na het ontbijt met de bus naar de
Grote Muur. Het regent behoorlijk, maar dat mag de pret niet drukken
(dat denk ik nu nog, nu ik nog ik de bus zit).
Onderweg stoppen we bij een supermarkt en krijgt iedereen de
gelegenheid zijn lunch bij elkaar te zoeken. Maar het valt niet mee om
etenswaren aan te schaffen, want driekwart van de producten zijn voor
ons totaal onbekend. Een baal rijst komt dus nicht im frage, we kunnen
deze immers niet koken onderweg. Willem en ik kopen o.a. pannenkoeken,
koekjes, fruit en water. We zien wel hoever we hiermee komen.
Tijdens het winkelen moet ik verschrikkelijk nodig naar het toilet,
maar ik kan natuurlijk niets vinden wat op een toilet lijkt. De
Chinese letters zijn voor mij niet te lezen, dus ik vraag de gids of
deze mij verder kan helpen. Hij wijst mij de toiletten en het is dat
ik zo nodig moet, maar anders had ik me nog wel een keer bedacht.. Ik
kom bij de toiletten de bocht om en ik zie z'n acht gaten in de grond,
op vier gaten zaten vier dames gezellig met elkaar te keuvelen. En dat
keuvelen kan makkelijk want er zit geen schot of zoiets tussen, ze
zitten met z'n vieren op een rij gehurkt te poepen en te piesen. Het
is voor hen een heel sociaal gebeuren, de een rookt een sigaretje, de
andere leest een krantje en ik, ik vind het maar niks. Geen
toiletpapier, gelukkig heb ik zelf nog wat toiletpapier en er is geen
water om door te spoelen. Maar ja, andere cultuur hè. Een het is
bijzonder om te zien hoe het hier toe gaat, nou in ieder geval heel
anders dan bij ons dus. Van dit, voor mij bijzondere gebeuren, gaat
het verder naar de Grote Muur, ongeveer 130 km ten noordoosten van
Beijing.
De Chinese Muur is een van de belangrijkste getuigenissen van de
Chinese beschaving en ze behoort tot één van de zeven wereldwonderen.
Hoe lang de Muur is, is niet precies vast te stellen, omdat ze niet
overal een aaneengesloten bouwwerk is. Overal in Noord-China zijn
fragmenten in het landschap te vinden. Men gaat er vanuit dat de
huidige Muur 6335 km lang is en de Muur slingert van de Chinese Zee
tot in de Gobi woestijn. Met de bouw werd begonnen tijdens de periode
van de Strijdende Staten. Leiders van de Leenstaten legden
afzonderlijke stukken muur aan in verspreid liggende, strategische
gebieden om de vanuit het noorden binnenvallende nomadenstammen tegen
te houden. Na de eenwording van China onder keizer Qin Shi Huangdi in
221 v.Chr. kregen 300.000 mensen – onder wie talrijke politieke
gevangenen – opdracht de verschillende stukken muur met elkaar te
verbinden tot één grote verdedigingsmuur. Tijdens de Ming-dynastie (
1368-1644) vonden de laatste grote uitbreidingen plaats. Bovendien
werd de Muur niet mee opgetrokken uit gestampte aarde, maar uit
bakstenen. Op vaste afstanden in de Muur werden wachttorens gebouwd,
meer dan 1300 in totaal. Een wachttoren lag altijd in het zicht van
een andere wachttoren, zodat ze elkaar konden seinen.
Bij Simutai gaan we de Muur op. We willen het stuk lopen van Simatai
naar Jinshanling, dit is ongeveer 20 km. De Muur bij Simatai is een
gedeelte van de Muur uit de 6e eeuw en is sinds 1989 opengesteld voor
het publiek. Bij Simatai is de Muur steiler en ruiger dan bij
Jinshanling. Via een steil pad, langs wat soevenierswinkeltjes en door
een poort omhoog weer naar buiten. Toen weer een stukje naar beneden ,
over een hangbrug en aan de andere kant weer omhoog en verder over de
Muur. Het geeft toch wel een bijzonder gevoel, staan op de Chinese
Muur, één van de zeven wereldwonderen. Mysterieus met z'n
geschiedenis, geweldig.
Aangezien het pijpenstelen regent is het beeld van de Muur in de verte
aan de wazige kant en dat geeft de Muur voor mij een nog mysterieuzer
karakter. Maar de vergezichten zijn ver te zoeken.
Bij een steile heb ik de keuze om onderlangs of via steile trappen te
gaan. Ik kies er voor om onderlangs te gaan, zeg maar langs de Muur in
plaats van er over. Verkeerde keuze, want ik glijd uit en kom te
vallen. Overal schaafwonden en morgen zal ik wel bont en blauw zijn.
Ik heb de knie behoorlijk geschaafd en deze bloed nogal. Vooral in de
regen komt het bloed goed uit. Vanwege de regen blijven de pleisters
niet zitten. Het stopt vanzelf wel een keer met regenen en het bloeden
van de knie zal ook wel een keer stoppen.
We lopen niet meer dan z'n 20 km over de Muur. Ik vind dit lang
genoeg. De treden hebben lang niet allemaal dezelfde hoogte en dat
maakt het voor mij zwaar.Willem met zijn lange benen kost het geen
extra moeite.Tot ongeveer halverwege onze tocht gaan er een aantal
Chinese vrouwen met ons mee over de Muur om etenswaren en drankjes
proberen te verkopen.Bij Jinshanling verlaten we de Muur en gaan naar ons
overnachtingadres. Dit is een overnachtingadres wat je het liefst zo
snel mogelijk weer vergeet. Maar na zo'n tocht vallen me de ogen
vanzelf dicht en het is maar voor één nacht.
Zondag 24 juli 2005.
5e dag
De wekker gaat om 04.30 uur, een fijne tijd om op te staan. Toegegeven
het is een beetje vroeg, maar we willen naar de Muur om daar naar de
zonsopgang te kijken, maar er is teveel bewolking. Ik zet de wekker
wat later en ga weer pitten. Het ontbijt is absoluut niet om naar huis
te schrijven. Misschien zijn we wel verwend de laatste dagen.
Zo rond negen uur vertrekken we uit Jinshanling. De bewolking is
inmiddels verdwenen en zo zien we de Muur bij een mooie strakke blauwe
lucht, net zoals altijd op plaatjes is te zien.
Het is en het blijft toch een bijzonder gezicht die Chinese Muur.
Tegen half twee zijn we terug bij hetzelfde hotel in Beijing. We
checken in en gaan daarna met Robert en Odette in een taxi naar de
Tempel van de Hemel in het Tiantanpark, het grootste park van Beijing.
De tempel van de Hemel is een van de mooiste voorbeelden van de
15de-eeuwse architectuur van de Ming-dynastie. Evenals het keizerlijk
paleis werd de Tempel van de Hemel gebouwd tussen 1406 en 1420.
Heerlijk rustig wandelen we door het park dat bij de Tempel van de
Hemel behoort. Ik zie er mooie vogeltjes en grappige eekhoorntjes. We
komen via het park bij het Keizerlijk Hemelgewelf, de Echomuur en het
Ronde Altaar van de Hemel uit.
Het dak van het Keizerlijk Hemelgewelf is gemaakt van blauwgeglazuurde
dakpannen. Om het houten tempelgebouw heen is een rondlopende muur,
die vanwege zijn bijzonder akoestische effecten de echomuur wordt
genoemd. Het Ronde Altaar van de Hemel is gebouwd in 1530 en daarna
meermalen gerestaureerd, bestaat uit drie marmeren terrassen, die de
aarde, de sterfelijke wereld en de hemel symboliseren. Opvallend is
het gebruik van het cijfer negen. Zo hebben de trappen in het
tempelcomplex steeds negen treden of een veelvoud daarvan. Negen was
een geluksgetal en het cijfer van de keizer en de hemel. Op het
bovenste terras val het Altaar van de Hemel zijn tegels geplaatst in
concentrische cirkels van negen en een veelvoud daarvan. De eerste
cirkel heeft negen tegels en de tweede achttien, enz. Tot 243 tegel in
de 27ste buitencirkel. In iedere windrichting leidt een trap van negen
treden naar het bovenste terras. Het midden daarvan wordt de Navel van
het Heelal genoemd.
We verlaten de Tempel van de Hemel en gaan op zoek naar de
ondergrondse stad. Deze is moeilijk te vinden. We hebben een folder,
maar daar kunnen we niet zo heel veel mee. Maar uiteindelijk staan we
dan toch voor de ingang. Maar voordat we met de ogen kunnen knipperen
staan we ook al weer buiten. Ik vind het niet zo spectaculair als de
naam 'ondergrondse stad' doet vermoeden. Bij een fruitstalletje kopen
wat fruit en gaan terug naar het hotel.Zo rond half zeven worden er
een aantal taxi's geregeld, want we gaan naar een restaurant waar
Pekingeend wordt geserveerd.
Pekingeend is een van de specialiteiten van de keuken van Beijing en
bijna elke bezoeker aan Beijing zal dit gerecht eten. Een maaltijd met
Pekingeend gaat als volgt. De eend wordt in de keuken op speciale
wijze bereid. Ondertussen eten de gasten iets van de verschillende
schaaltjes met ei, vlees, groenten en dergelijke. Daarna wordt de
goudbruin gebraden en knapperige eend in zijn geheel binnengebracht.
De eend wordt vervolgens in plakjes gesneden en op tafel gezet. De
gast neem een stukje eend, doopt dit in een zoutachtig smakende
pruimensaus en legt het op een dun pannenkoekje. Daar komt nog een
stukje komkommer en wat sjalotten bij en het geheel wordt
dichtgevouwen. Vervolgens wordt het pannenkoekje uit de hand gegeten.
De maaltijd wordt voortgezet met soep, hete appelflensjes en fruit
toe.
Voor deze maaltijd betalen we slechts € 5,50 per persoon. Bij de
plaatselijke Chinees red ik het niet voor dit bedrag. Om negen uur
worden we verzocht de tent te verlaten, het restaurant gaat sluiten.
Weer worden er taxi's geregeld en gaan we weer terug naar het hotel.
Woensdag 25 juli 2006.
6e dag.
De wekker gaat om half vijf, aardig vroeg hè.Om half zeven vertrekken
wij naar het vliegveld en vliegen in de ochtend naar Kunming.
Kunming ligt op 1895 m hoogte. De stad zelf telt ruim 1,5 miljoen
inwoners en wordt vanwege haar gematigde klimaat en altijd bloeiende
bloemen vaak 'de Stad van de Eeuwige Lente' genoemd. Kunming is tevens
de hoofdstad van de provincie Yunnan en verkeerskruispunt voor
Zuidwest-China. De rustige stadsparken met prachtige tempels en het
bonte straatleven met z'n markten ademen een totaal verschillende
sfeer uit. Hier kun je gewoon op straat naar de kapper of een
stoelmassage krijgen, maar ik maak hier maar geen gebruik van. In
Kunming woont een groot aantal niet-Chinese minderheden als Yi, Hui,
Bai, Miao en Hani. Deze minderheden hebben hun eigen cultuur, taal,
klederdracht, tradities, religieuze gewoonten en in de meeste gevallen
plaatselijk autonomie. Met de modernisering van de stad worden overal
oude wijkjes gesloopt – zoals in veel Chinese steden. Maar in het oude
Kunming, in de nauwe steegjes, zijn nog steeds de mannen te vinden,
die gehurkt langs de kant van de weg zitten en hun sigaret roken uit
lange, dikke bamboepijpen.
Het is ongeveer drie uur vliegen naar Kunming. Van het vliegveld gaan
we rechtstreeks naar een restaurant in het midden van de stad om de
beroemde noedelsoep te eten. Ze smaakt inderdaad geweldig. Bij het
verlaten van het restaurant worden we bij de bus belaagd door souvenir
verkopers. We worden met het busje opverzoek van reisgenoten naar een
zijde fabriek gebracht. Waar ik van een show mag bekijken en
vervolgens uit gedaagd wordt om zijden spullen te kopen. Als we
allemaal weer buiten staan worden we door het busje opgehaald en gaan
we naar het Dian-meer.
Het Dian-meer ligt op 1884 m hoogte en het is het op vijf na grootste
zoetwatermeer van China.
Langs de kant van het meer zijn er veel stalletjes te vinden met
allerlei hapjes. Maar er wordt ons nadrukkelijk op het hart gedrukt om
er niet van te eten. Onze magen zijn daar niet aan gewend. Dus ik laat
al dat heerlijks (althans zo lijkt het) maar voor wat het is.
Na het inchecken gaan Willem en ik met nog 5 anderen naar de Yuantong Tempel
De Yuantong Tempel is het grootste boeddhistische complex in Kunming.
De oorspronkelijke tempel, in de 3e eeuw gesticht, werd in de 14e eeuw
herbouwd en in 1986 gerenoveerd. De tempel zelf bevat drie grote
bronzen boeddhabeelden. De houten balken die het dak ondersteunen zijn
mooi besneden met drakenmotieven.
Het is een hele mooie, kleurrijke tempel en het is jammer dat we er
maar zo'n 20 minuten rond kunnen kijken. We waren niet al te vroeg
binnen en de tempel sluit om 17.00 uur.
We gaan van de Yuantong Tempel naar de Pagoden van de Oostelijke en
Westelijke Tempel.
Beide pagoden zijn historisch en architectonische van onschatbare
waarde. Ze werden in de eerste helft van de 9e eeuw gebouwd. De 41 m
hoge, uit 13 verdiepingen bestaande Pagode van de Oostelijke tempel
uit de Tang-dynastie heeft vier gouden hanen (eigenlijk koperen) op
het dak. De Pagode van de Westelijke Tempel heeft evens vier gouden
hanen op het dak. Deze Pagode wordt omringd door een overdekte galerij
van twee verdiepingen, waar de plaatselijke bevolking thee drinkt,
mahjong of kaart speelt en de bamboepijp rookt. Beide pagoden maakten
deel uit van een tempelcomplex.
Na de pagoden lopen we door wat nauwe straatjes naar het
ontmoetingspunt voor het diner en dat is bij een poort in de
hoofdstraat in Kunming. Onderweg zie ik een Chinees die kooitjes
verkoopt met daarin krekels. Het horen en zien vergaat je met het
geluid van de krekels. Het is wel bijzonder dat de Chinezen z'n krekel
in een kooitje als een soort huisdier beschouwen.
Na het diner gaan we naar een leuke show, "A Grand Primitieve Song &
Dance Medley". Het is een hele leuke show. Na de show gaan we naar het
treinstation om de nachttrein naar Dali te nemen. Als we al in de
trein zitten komt er nog een man aangerend met een kar vol, maar dan
ook echt vol, met allerlei 'vreterij'. Maar hij komt helaas te laat en
de trein rijdt weg. We delen een coupe met Stef en Judith.
Dinsdag 26 juni 2006.
7e dag.
Om 10.10 uur arriveren we in Dali, op het station Xiaguan. De hele
nacht in de trein is me niet tegengevallen.We worden opgehaald met een
busje en naar een hotel naar het oude Dali gebracht.We bevinden ons nu
in de uitlopers van de Himalaya en een gebied at bekend staat om zijn
vele minderheden. Dali is het centrum van de Bai minderheid samen met
de Yi en de Naxi.
We droppen de koffers op onze hotelkamer en met René en Marian en
Judith en Stef lopen we door de winkelstraatjes en lunchen in een
'restaurant'. De groeten e.d. liggen voor het restaurant uitgestald en
wat je wilt eten kun je gewoon aanwijzen. Maar gelukkig heeft Stef een
boekje met 'wat en hoe in het Chinees'. Wat je aanwijst wordt ter
plekke in de open lucht of onder een paar golfplaten bereid. Wat aan
de voorkant van het restaurant aan groeten voor de keuken uit het
stalletje wordt gehaald, wordt direct weer aangevuld door een
plaatselijke leverancier op z'n fiets. We hebben heerlijk gegeten voor
€ 4,50, inclusief de drankjes.Van het restaurant gaan we naar De Drie
Pagoden.
De Drie Pagoden zijn bijzonder elegante pagoden en staan bekend als de
DriePagoden van de Heilige Verering. Eens behoorden zij tot het
grootste tempelcomplex van de Dalivlakte.
Het grootste exemplaar, de 70 m hoge Qianxum-pagode (16 verdiepingen),
werd in 840 gebouwd. De twee kleinere Pagoden (elk 10 verdiepingen)
dateren uit de 10e eeuw.
Op het terrein bij de Drie Pagoden tref je dan eens die en dan weer
die van de groep. Willem en ik lopen terug richting de stad. We komen
langs een paar marmer werkplaatsen marmer uit Dali is wereld beroemt.
Een aantal van de groep gaat internetten en wij gaan de mineralen
kopen die Willem vanmiddag gezien heeft..
Terug in het hotel laat ik het bad vollopen en neem een lekker warm bad.
Woensdag 27 juli.
8e dag.
Om zes uur sta ik naast mijn bed en om zeven uur vertrekken we naar
Lijiang. Onderweg stoppen we bij een benzinestation en ergens op een
parkeerplaats bij een grote winkel koopt Willem een stukje jade in een
schattig roze tasje. In het toilet ga je eerst je behoefte doen en
daarna haal je met je broek op de enkels water met een kan uit een
grote emmer, welke op de gang staat. Zo kun je het toilet doospoelen.
Bijzonder, maar het werkt.
Lijiang strekt zich uit over een 2600 m hoog plateau in het
noordwesten van de provincie Yunnan en ligt aan de voet van het 5596 m
hoge sneeuwgebergte van de Jade Draak. Lijiang is de zetel van het
autonome gewest Naxi. In Yunnan en Sichuan wonen 250.000 Naxi. Verder
zijn er etnische bergvolkeren, zoals Lisu, Bai, Yi, Tibetanen. De
twaalf met sneeuw bedekte toppen zijn meestal in wolken gehuld. Het
gebergte is vooral beroemd om z'n 100 verschillende soorten notenbomen
en 400 soorten kruiden en meer dan 300 verschillende azalea's.
Lijiang staat nog steeds bekend als Het Land der Paarden. Op de
jaarlijkse dierenmarkten staan paarden en muilezels centraal. Zij
herinneren aan de glorierijke dagen, toen Lijiang nog het eindpunt was
van de karavaanroute van Tibet naar China en de Naxi als bemiddelaars
optraden.
We worden afgezet langs een grote weg en de bagage wordt op karretjes
naar een traditioneel hotelletje naar het oude centrum gebracht.En het
is me daar toch druk in de straatjes. Valkenburg in het hoogseizoen is
er niets bij.Met René, Marian, Judith, Stef en Willem ga ik de drukte
van de stad in om wat te gaan eten. Met een volle maag lopen we met
z'n allen naar de Black Dragon Vijver.
De Zwarte-Drakenvijver ligt in een bebost park in de Wulao-heuvels aan
de voet van de Drakenbronberg. Ten tijde van de Ming-dynastie stond
hier een tempel , die het grootste taoïstische centrum van
Zuidwest-China Vormde. De huidige tempel op een heuvel boven de vijver
stamt uit de Qing-dynastie.
Volgens een legende woonden in deze vijver een tien draken die de
plaatselijke bevolking teisterden. In het jaar 750 bond de taoïstische
geleerde Lu Dongbing de strijd met hen aan. Negen van hen doodde hij
met zijn zwaard, maar een kleine zwarte draak liet hij in de vijver
achter, op voorwaarde dat hij de bewoners van het gebied zou helpen om
de vijver te bewaken. Sindsdien wordt Lu Dongbing (afgebeeld met een
zwaard en een soort vliegenmepper) vereerd als een van de Acht
Taoïstische Onsterfelijken. Hij is de beschermheilige van de Chinese
Kappers.
We lopen ongeveer drie kwartier door het mooi aangelegd park met veel
kleine tempeltjes. Bij helder weer zijn de talrijke sneeuwtoppen van
het Drakengebergte (5500 m hoog) goed te zien. Daar ligt de oostelijke
rand van de Himalaya.Bij een muziekkapelletje blijven we staan
luisteren naar aardige Chinese muziek, evenals een groep Naxi. De
kleurrijke Naxi lopen nog steeds in hun blauwe jurken en schorten.
Velen dragen ook nog petjes die we uit de tijd van Mao kennen. Van het
vredig park lopen we weer terug de stad in en de drukte in.

0 reacties:
Een reactie posten
Aanmelden bij Reacties posten [Atom]
<< Homepage